Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 13 september 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:7300
werknemer/Era Contour BV
Werknemer is sinds 20 september 2010 in dienst getreden van Bouwbedrijf Dekker BV (hierna: Dekker). Met ingang van 1 november 2014 is Dekker overgenomen door Era Contour BV (hierna: Era). Op 16 oktober 2013 heeft een herschikking plaatsgevonden, nadat werknemer klaagde over een te hoge werklast. Werknemer is door werkgever diverse malen aangesproken op zijn functioneren. Op 19 juni 2015 is werknemer herplaatst naar een andere functie. Op 23 september 2015 heeft werkgever aan werknemer laten weten dat de herplaatsing niet heeft geleid tot een verbetering van zijn functioneren en dat werkgever het dienstverband met werknemer wenste te beëindigen. Werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW. De kantonrechter heeft dit verzoek ingewilligd. Het verzoek van werknemer aan hem een billijke vergoeding toe te kennen heeft de kantonrechter afgewezen. Tegen dit vonnis komt werknemer in hoger beroep.
Het hof oordeelt als volgt. Voor zover het de periode 20 september 2010 tot de zomer van 2013 betreft heeft Era onvoldoende onderbouwd dat sprake was van disfunctioneren van werknemer. Een dossier met verslagen van functioneringsgesprekken of andere gesprekken met betrekking tot deze periode, waaruit disfunctioneren zou kunnen blijken, ontbreekt. Het eerste serieuze signaal dat werknemer niet naar behoren functioneerde, valt te lezen in een schriftelijke verklaring van X, waarin deze aangeeft dat hij na de zomervakantie in 2013 merkte dat er iets grondig mis was met de projectadministratie van werknemer. Werknemer heeft deze verklaring niet voldoende gemotiveerd betwist. Voor zover het de periode tot medio oktober 2013 betreft heeft Era bevestigd dat werknemer vond dat aan hem te veel werk werd toebedeeld en heeft er een herschikking van taken plaatsgevonden teneinde werknemer te ontlasten. Anders dan werknemer heeft aangevoerd is het hof van oordeel dat Dekker werknemer in de periode medio 2013 tot 5 februari 2014 concreet heeft aangesproken op zijn disfunctioneren en dat daarvan sprake was. Hierbij is van belang dat werknemer naast de herschikking van taken in oktober 2013, ondersteuning had gekregen van een HTS-student, dat B het grootste gedeelte van de uitvoering van de woningen begeleidde, dat X de vinger aan de pols hield wat betreft de facturering en dat C de binnenkomst van nieuwe opdrachten in de gaten hield. In zoverre wordt voorbijgegaan aan de stelling van werknemer dat sprake was van overbelasting en niet van disfunctioneren. In juni 2015 is werknemer herplaatst als deeluitvoerder op een project in Soest. Werknemer heeft bij een vorige werkgever als uitvoerder werkzaamheden verricht zodat deze functie aansloot bij eerdere door hem opgedane kennis en ervaring en om die reden passend kan worden geacht. Uit onder meer een verslag van 11 februari 2015 blijkt dat werknemer ook als deeluitvoerder ongeschikt was tot het verrichten van de functie van deeluitvoerder. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat werknemer heeft gedisfunctioneerd zowel in zijn functie als projectcoördinator als in zijn functie als deeluitvoerder. Werknemer heeft slechts in het algemeen aangevoerd dat Era hem scholing had moeten aanbieden teneinde zijn functioneren te verbeteren. Hij heeft niet concreet onderbouwd welke vorm van scholing geschikt zou zijn geweest. Weliswaar ligt het in de eerste plaats op de weg van de werkgever om in het kader van het verbeteren van het functioneren van een bij hem in dienst zijnde werknemer voorstellen te doen met betrekking tot scholing, maar dit neemt niet weg dat ook van de werknemer zelf enig initiatief mag worden verwacht. Dit geldt temeer wanneer het gaat om een functie met een grote mate van zelfstandigheid, zoals in dit geval. Era heeft met de herplaatsing van werknemer in juni 2015 werknemer in de gelegenheid gesteld zijn functioneren te verbeteren en op deze wijze een maatregel genomen om ontslag van werknemer te voorkomen. Era heeft alles in het werk gesteld, onder andere door het aanbieden van een beperkt takenpakket aan werknemer, om bij te dragen aan een succesvolle herplaatsing. Dat deze herplaatsing niet is geslaagd kan niet aan Era worden tegengeworpen. Era heeft werknemer uitdrukkelijk uitgenodigd om zijn kant van het verhaal te doen en zijn visie mee te nemen over herplaatsing. Werknemer heeft geen gehoor gegeven aan deze uitnodiging. Volgt bekrachtiging van het bestreden vonnis.