Rechtspraak
werknemer/United Parcel Service Nederland B.V.Rechtbank Midden-Nederland, 27 juli 2016
werknemer/United Parcel Service Nederland B.V.
Werknemer is op 1 mei 2002 in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) UPS. Laatstelijk is hij werkzaam in de functie Teamleader Reload. Op 14 januari 2016 is werknemer op staande voet ontslagen, kort gezegd wegens betrokkenheid bij het meenemen van spullen (telefoons) van klanten. Werknemer verzoekt primair vernietiging van het ontslag. Hij betwist de dringende reden en ontkent dat hij telefoons uit pakketten heeft weggenomen. Ook de camerabeelden bewijzen volgens werknemer niet dat hij telefoons heeft meegenomen.
De kantonrechter is van oordeel dat de aan de opzegging ten grondslag gelegde dringende reden rechtsgeldig is. Uit camerabeelden en de gezamenlijke handelingen en gebeurtenissen blijkt de betrokkenheid van werknemer bij het verdwijnen van de telefoons genoegzaam. Ook al heeft werknemer de feitelijke ontvreemding en daarna de ompakking gezamenlijk met twee collega’s verricht, ook dan is zijn betrokkenheid bij de niet voldoende uit bedrijfsdoelmatigheid te verklaren handelingen zodanig dat het hem ernstig kan worden aangerekend. Anders dan werknemer stelt, is de arbeidsovereenkomst onverwijld opgezegd. Vast staat dat UPS na het eerste verhoor van onder meer werknemer op 12 januari 2016, de volgende dag, op 13 januari 2016 in het kader van het onderzoek een medewerker nogmaals heeft gehoord. De dag daarop is werknemer ontslagen. UPS heeft met voldoende voortvarendheid gehandeld. Het verzoek tot vernietiging van de opzegging wordt afgewezen.
Bij tegenverzoek heeft UPS gefixeerde schadevergoeding gevorderd en om voorwaardelijke ontbinding verzocht en verzocht daarbij te bepalen dat werknemer geen recht heeft op de transitievergoeding. Het voorwaardelijk ontbindingsverzoek wordt buiten behandeling gesteld, omdat de voorwaarde niet is vervuld. De gevorderde gefixeerde schadevergoeding van € 10.919,69 wordt toegewezen. Tot slot bepaalt de kantonrechter dat UPS geen transitievergoeding verschuldigd is, omdat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.