Rechtspraak
eisers/Pink and Nelson B.V. c.s.
Eisers en PN zijn na een interne ruzie tussen bestuurder en de familie X (aandeelhouders) uit elkaar gegaan. In de vaststellingsovereenkomst is een geheimhoudingsbeding opgenomen op straffe van een boete. Naast het gezamenlijk opgestelde persbericht is er door PN ook een ‘relatiebericht’ verzonden. De inhoud van het relatiebericht wijkt af van het persbericht. In het relatiebericht is, anders dan in het persbericht, opgenomen de zin ‘Wij hopen hiermee de belangrijkste stap te hebben gezet om de rust rondom de onderneming te herstellen (…)’, terwijl de zin uit het persbericht ‘De directie en commissarissen zijn X erkentelijk voor zijn bijdrage aan de opbouw en uitbouw van de onderneming’ in het relatiebericht ontbreekt. De rechtbank oordeelde dat hier een negatieve uitlating wordt gegeven aan de persoon van eisers. Het hof oordeelt anders. Noch de gewraakte passage, noch de niet vermelde zin vormen een schending van de geheimhoudingsverplichting. Eisers (X) zijn van dit arrest in cassatie gegaan.
De advocaat-generaal (Rank-Berenschot) concludeert als volgt. De vaststellingsovereenkomst komt – Haviltexend – niet de betekenis toe die eisers eraan willen geven. Als al zou worden aangenomen dat het relatiebericht niet mocht worden verzonden, levert dit nog geen schending van het geheimhoudingsbeding op. Volgt conclusie tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.