Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/V&S Pakketdienst
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 14 juli 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:7528

werknemer/V&S Pakketdienst

Opzegging arbeidsovereenkomst door pakketbezorger niet rechtsgeldig, omdat niet is komen vast te staan dat hij door ondertekening van opzeggingsbrief duidelijk en ondubbelzinnig heeft verklaard dat hij met onmiddellijke ingang zijn dienstverband wilde beëindigen. Afwijzing voorwaardelijk ontbindingsverzoek.

Werknemer is in dienst als pakketbezorger. Op 2 maart 2016 heeft werknemer in de uitoefening van zijn functie een rembourspakket afgeleverd, waarvoor de ontvanger € 201,75 aan werknemer heeft betaald. Werknemer had dit bedrag moeten afdragen aan GLS, de opdrachtgever van V&S Pakketdienst voor deze zending. GLS heeft het betreffende bedrag niet ontvangen. V&S Pakketdienst heeft navraag gedaan bij de chauffeur en de ontvanger van het pakket. Op 25 maart 2016 hebben partijen nogmaals gesproken over de betreffende rembourszending en heeft werknemer een aan V&S Pakketdienst gerichte brief ondertekend betreffende ‘opzegging arbeidscontract’. Centrale vraag is of de opzegging door werknemer rechtsgeldig is en daarmee of V&S Pakketdienst moet worden veroordeeld tot doorbetaling van loon en toelating van werknemer tot het verrichten van de bedongen werkzaamheden.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De opzegging van de arbeidsovereenkomst door werknemer is niet rechtsgeldig. Voorafgaand aan de ondertekening van de opzeggingsbrief door werknemer heeft op 25 maart 2016 een gesprek tussen partijen plaatsgevonden. Werknemer ontkent geld te hebben gestolen en stelt dat hij zijn baan nooit op het spel zou zetten door het stelen van € 200. V&S Pakketdienst erkent dat werknemer in het gesprek heeft aangeboden het bedrag van zijn salaris in te houden als zou blijken dat hij een fout had gemaakt met het remboursbedrag. Ook zijn partijen het erover eens dat in het gesprek door V&S Pakketdienst aan werknemer de keuze is gegeven: aangifte van diefstal of zelf ontslag nemen. Ter zitting is desgevraagd van de zijde van V&S Pakketdienst verklaard dat niet expliciet is gesproken over de nadelige gevolgen voor de aanspraak van werknemer op een WW-uitkering. Verder is tussen partijen niet in geschil dat aan werknemer geen bedenktermijn is gegeven en werknemer niet is gewezen op de mogelijkheid juridische bijstand te zoeken. Onder bovenomschreven gegeven omstandigheden is niet komen vast te staan dat werknemer door ondertekening van de opzeggingsbrief op 25 maart 2016 duidelijk en ondubbelzinnig heeft verklaard dat hij met onmiddellijke ingang zijn dienstverband wilde beëindigen, althans heeft V&S Pakketdienst zich er onvoldoende van vergewist dat werknemer daadwerkelijk de onmiddellijke beëindiging van het dienstverband heeft beoogd.

V&S Pakketdienst heeft een tegenverzoek tot voorwaardelijk ontbinding ingediend (art. 7:669 lid 3 onderdeel e dan wel g BW). V&S Pakketdienst voert primair aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer, te weten diefstal. Echter, in onvoldoende mate is komen vast te staan dat sprake is van diefstal of verduistering in dienstbetrekking. Ook is geen sprake van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van V&S Pakketdienst in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsverhouding te laten voortduren. V&S Pakketdienst heeft onvoldoende gedaan om werknemer terug te geleiden naar de werkvloer. Naar eigen zeggen van V&S Pakketdienst is werknemer haar beste werknemer en mist zij hem nog dagelijks. Werknemer verricht zijn functie feitelijk al 12 jaar en niet is gesteld of gebleken dat zich eerder noemenswaardige incidenten hebben voorgedaan. Het aan werknemer gemaakte verwijt is ook niet dusdanig dat het V&S Pakketdienst in het gesprek op 25 maart 2016 aanleiding gaf werknemer op staande voet te ontslaan. De omstandigheid dat GLS wellicht bezwaar heeft tegen de inzet van werknemer als pakketbezorger doet aan het vorenstaande onvoldoende af. Volgt afwijzing van het voorwaardelijk ontbindingsverzoek.