Naar boven ↑

Rechtspraak

Dulo Asbestverwijdering B.V./Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid c.s.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 oktober 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:7314

Dulo Asbestverwijdering B.V./Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid c.s.

Verklaring voor recht dat werkgeefster onder de werkingssfeer van de CAO Bouwnijverheid, de CAO BTER en de Verplichtstellingsbeschikking van Bpf valt. Beperking vordering fondsen, nu werkgeefster lopende pensioenvoorziening heeft getroffen.

Dulo Abestverwijdering B.V. (hierna: Dulo) is gespecialiseerd in de verwijdering van asbesthoudende materialen. De fondsen hebben Dulo met ingang van 1 januari 2014 aangesloten. Dulo vordert te verklaren voor recht dat zij niet onder de werkingssfeer van de CAO Bouwnijverheid, de CAO BTER en de Verplichtstellingsbeschikking van Bpf valt. De fondsen vorderen een verklaring voor recht dat Dulo wel onder de werkingssfeer van voornoemde cao’s en beschikking valt en vorderen vanaf 1 januari 2014 betaling van de premies.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De discussie tussen partijen heeft zich allereerst toegespitst op de vraag of de werkzaamheden van Dulo onder de uitzonderingsbepaling opgenomen in voornoemde regelingen vallen, zoals Dulo stelt en de fondsen betwisten. Bepalend is of de werkzaamheden vallen onder de definitie ‘asbestverwijdering als voorbehandeling ten behoeve van het aanbrengen, herstellen, bekleden afwerken en/of onderhouden van isolerende materialen’. Dulo heeft in dat verband gesteld dat 85% van haar werkzaamheden bestaat uit het verwijderen van asbest ter voorbereiding, zodat daarna andere opdrachtnemers isolerende materialen aan kunnen brengen, herstellen en/of vervangen. Slechts een gering aantal klussen betrof uitsluitend asbestverwijderingswerkzaamheden, aldus Dulo. De kantonrechter oordeelt dat logischerwijze uit de woorden ‘asbestverwijdering als voorbehandeling’ en ‘ten behoeve van’ volgt dat bij de asbestverwijdering afstemming plaatsvindt en/of rekening wordt gehouden met de daarop volgende isolatiewerkzaamheden, eventueel door een derde, en dat het niet gaat om een activiteit die volledig los staat van de daaropvolgende isolatiewerkzaamheden en uitsluitend in het kader van renovatie plaatsvindt, wat bij uitstek een bouwactiviteit is. De term ‘voorbehandeling’ suggereert een behandeling als voorbereiding op en ten behoeve van de vervolghandeling en benadrukt dat het een specifiek doel dient. Voor die uitleg pleit dat niet is gekozen voor de formulering ‘asbestverwijdering voorafgaand aan’. Het enkele feit dat een bouwwerk na of in het kader van renovatie weer wordt geïsoleerd maakt nog niet dat de eerder in dat traject uitgevoerde asbestverwijdering als specifieke voorbehandeling heeft te gelden voor de isolerende activiteiten. Dulo valt dan ook niet onder de uitzonderingsbepaling. Ter beoordeling staat vervolgens of de activiteiten van Dulo desondanks niet onder de werkingssfeer van de cao’s kunnen worden gebracht. In de CAO Orsima is asbestsanering expliciet in de werkingssfeer opgenomen. Dulo heeft echter nagelaten om voldoende concreet toe te lichten op welk gronden zij sommige werkzaamheden heeft gerubriceerd onder de CAO Orsima (installatie) zodat alleen al daarom voorbij dient te worden gegaan aan deze stelling. Voorts heeft zij niet gesteld dat de activiteiten voor meer dan 50% onder de CAO Orsima vallen zodat eventuele overlapping met sector bouw in het voordeel van de CAO Orsima dient uit te vallen. Dulo wordt ook niet in haar standpunt gevolgd dat Dulo onder de CAO Schoonmaak valt. De omstandigheid dat een functie ‘medewerker asbestverwijdering’ voorkomt in de CAO Schoonmaak maakt nog niet dat de werkingssfeer ook asbestverwijdering omvat, zonder dat dit expliciet in de werkingssfeerbepaling van de CAO Schoonmaak is vermeld. Dulo heeft voorts niet voldoende concreet toegelicht op welke gronden zij ineens werkzaamheden onder de werkingssfeer van CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf of CAO Kleinmetaal wenst te brengen, zodat alleen al daarom voorbij dient te worden gegaan aan deze stelling. Het bovenstaande voert tot de slotsom dat de door Dulo gevorderde verklaring voor recht moet worden afgewezen en dat de door de fondsen gevorderde verklaring voor recht kan worden toegewezen.

Ten aanzien van de door de fondsen ingestelde vorderingen overweegt de kantonrechter als volgt. De kantonrechter ziet, gelet op de jurisprudentie, aanleiding om de vordering te beperken qua periode. Dulo had een lopende pensioenvoorziening en heeft derhalve niet nagelaten om op dat vlak een regeling te treffen voor haar werknemers. Toewijsbaar is de vordering ter veroordeling van Dulo tot aanlevering van de loon- en premiegegevens vanaf 1 januari 2016.

  • Instantie: Rechtbank Amsterdam
  • Locatie: Amsterdam
  • ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2016:7314
  • Roepnaam: Dulo Asbestverwijdering B.V./Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid c.s.
  • Zaaknummer: CV EXPL 15-1223
  • Nummer: AR-2016-1288
  • Rechters: M.E.B. Terwee
  • Advocaten: P.W.M. Huisman
  • Wetsartikelen: CAO Bouwnijverheid, CAO BTER, Verplichtstellingsbeschikking Bpf, CAO Orsima en CAO Schoonmaak
  • Onderwerpen: Gebondenheid
  • Trefwoorden: werkingssfeer, asbestverwijdering, voorbehandeling, tekstuele uitleg, beperking vordering en pensioenvoorziening