Naar boven ↑

Rechtspraak

TCC The Computer Company B.V./werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 6 december 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:10587

TCC The Computer Company B.V./werknemer

Helpdeskmedewerker wordt onbillijk benadeeld door concurrentiebeding en werkgeefster heeft geen zwaarwegend belang bij naleving van het beding. Dat werknemer specifieke kennis heeft van de bedrijfsvoering waaraan concurrent een concurrentievoordeel zou kunnen ontlenen, is niet aannemelijk. Schorsing concurrentiebeding.

Werknemer is op 18 februari 2004 voor de bepaalde tijd van zes maanden in dienst getreden van TCC in de functie van helpdeskmedewerker. Met ingang van 18 augustus 2004 is een nieuwe arbeidsovereenkomst voor de duur van zes maanden aangegaan. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst tegen 31 maart 2016 opgezegd en is per 1 april 2016 bij Kembit in dienst getreden in de functie van Medewerker Managed Service Center. TCC vordert onder meer dat werknemer wordt geboden zijn dienstverband met Kembit te staken, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Daarnaast wordt gevorderd werknemer te veroordelen tot betaling van een voorschot op de boete. Werknemer heeft in voorwaardelijke reconventie primair de matiging van het non-concurrentiebeding gevorderd en subsidiair dat het beding wordt geschorst.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Er is aanleiding eerst de voorwaardelijke vorderingen van werknemer te bespreken. De vorderingen van TCC moeten immers worden afgewezen, indien TCC rechten kan ontlenen aan het non-concurrentiebeding waarop zij haar vorderingen heeft gegrond, maar het beding moet worden gematigd of geschorst, zoals werknemer voorwaardelijk heeft gevorderd. De vorderingen in voorwaardelijke reconventie moeten worden beoordeeld aan de hand van het bepaalde in artikel 7:653 (oud) BW. Werknemer heeft primair de matiging van het non-concurrentiebeding gevorderd. Matiging houdt in dat het beding geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd. De vernietiging van het beding kan echter niet bij voorlopige voorziening worden uitgesproken. Werknemer heeft subsidiair gevorderd dat (de werking van) het beding wordt geschorst. Schorsing van het beding is aangewezen indien er reden is om aan te nemen dat in een bodemprocedure het beding geheel of gedeeltelijk zal worden vernietigd. Bij de vraag of het beding geheel of gedeeltelijk moet worden vernietigd, zal de bodemrechter moeten beoordelen of werknemer door het non-concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld, in verhouding tot het belang dat TCC bij het beding heeft. In het onderhavige geval wordt geoordeeld dat hiervan sprake is. Hiervoor zijn de volgende omstandigheden van doorslaggevende betekenis. Het werk van werknemer als helpdeskmedewerker bestaat voornamelijk uit het beantwoorden van vragen van (eind)gebruikers en ICT-medewerkers van klanten van zijn werkgever en het oplossen van problemen waarmee zij te maken hebben. Werknemer is niet betrokken bij werkzaamheden van commerciële aard. Het is niet aannemelijk dat de overstap van werknemer naar Kembit een reëel risico voor TCC meebrengt dat haar klanten ook naar Kembit zullen overstappen. De volgende vraag is of er wel een reëel risico is dat Kembit een concurrentievoordeel heeft bij het verwerven van klanten doordat zij zal kunnen profiteren van specifieke kennis die werknemer heeft van de bedrijfsvoering van TCC. Het is niet zonder meer aannemelijk dat een helpdeskmedewerker specifieke kennis heeft van de bedrijfsvoering van zijn werkgever waaraan een concurrent een concurrentievoordeel zou kunnen ontlenen. Ook in dit geval is onvoldoende concreet gemaakt welke specifieke kennis werknemer heeft die Kembit een specifiek voordeel kan geven bij het verwerven van klanten. TCC heeft ten slotte nog aangevoerd dat zij belang heeft bij het non-concurrentiebeding omdat zij heeft geïnvesteerd in de opleiding en deskundigheid van werknemer. Het gaat in hoofdzaak om het bijhouden van kennis ten behoeve van het dagelijkse werk als helpdeskmedewerker, waarvoor geen substantiële investeringen waren vereist. Er kan daarom niet worden aangenomen dat TCC vanwege dergelijke investeringen een zwaarwegend belang heeft bij handhaving van het non-concurrentiebeding. Andere concrete omstandigheden die voor TCC een zwaarwegend belang opleveren om werknemer te houden aan het non-concurrentiebeding, zijn niet naar voren gebracht of aannemelijk geworden. Aan de zijde van werknemer staat daartegenover het grondrecht op vrijheid van arbeidskeuze. Daarnaast mag het belang van werknemer om na twaalf jaar dienstverband bij TCC in zijn eigen functie van helpdeskmedewerker te gaan werken bij het bedrijf van zijn keuze tegen een hoger loon en meer vakantie, zwaarwegend worden genoemd. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat werknemer door het non-concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld, in aanmerking genomen dat TCC geen zwaarwegend belang heeft bij de nakoming van dat beding. Het valt daarom te verwachten dat in een bodemprocedure het beding geheel of gedeeltelijk zal worden vernietigd. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding het beding te schorsen en te bepalen dat werknemer geen boete zal verbeuren gedurende de periode dat het beding is geschorst, alles voorwaardelijk, namelijk voor het geval TCC rechten aan het beding kan ontlenen.