Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 14 november 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:8964
werknemer/AB Kelva
AB Kelva (hierna: Kelva) is een vennootschap naar Zweeds recht, statutair gevestigd in Zweden. X B.V. ontplooit gelijksoortige activiteiten. Werknemer is directeur/enig aandeelhouder van X B.V. Medio 2009 hebben X B.V. en Kelva een zogenoemde Asset Transfer Agreement (hierna: ATA-overeenkomst) gesloten. Bij die overeenkomst zijn de activiteiten van X B.V. aan Kelva verkocht. In de ATA-overeenkomst is een rechtskeuze opgenomen voor Zweeds recht en is voor alle geschillen voortkomend uit de ATA-overeenkomst arbitrage overeengekomen bij het Arbitration Institute of the Stockholm Chamber of Commerce. Werknemer is vervolgens per 1 juli 2009 bij Kelva in dienst getreden als technical sales manager. Werknemer verrichtte zijn werkzaamheden vanuit de standplaats Utrecht. In 2011 heeft werknemer aangekondigd naar Zwitserland te willen verhuizen. In verband met zijn verblijfsvergunning was het noodzakelijk dat hij bij een Zwitserse vennootschap in dienst zou treden. Werknemer heeft op enig moment de vennootschap Weducon AG (hierna: Weducon) in Zwitserland opgericht. Vervolgens is mondeling overeengekomen dat tussen Kelva en Weducon een overeenkomst van opdracht aanwezig was, waarbij werknemer aan Kelva ter beschikking werd gesteld en het voormalige brutosalaris van werknemer als managementfee zou gaan gelden. Per mei 2012 is deze situatie van kracht geworden. Begin 2016 heeft Kelva de overeenkomst opgezegd. Werknemer verzoekt de kantonrechter vast te stellen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen eindigt per 1 september 2016. Daarnaast verzoekt hij beperking in tijd van het in de arbeidsovereenkomst voorkomende concurrentiebeding en relatiebeding, alsmede vast te stellen dat hij recht heeft op een transitievergoeding. Daarnaast verzoekt werknemer veroordeling van Kelva tot betaling van achterstallig loon, € 1.458.470 als ‘golden parachute’, alsmede een billijke vergoeding van € 187.973,40.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De arbitrageclausule die in de ATA-overeenkomst is opgenomen brengt mee dat de kantonrechter de vorderingen van werknemer, voor zover gebaseerd op de ATA-overeenkomst, niet zal kunnen beoordelen. Ten aanzien van dat deel van de vordering is de kantonrechter dan ook onbevoegd. Met betrekking tot de vraag of er tussen partijen nog een arbeidsovereenkomst bestaat, zoals werknemer stelt, dan wel of deze reeds per 1 mei 2012 met wederzijds goedvinden is geëindigd, zoals Kelva voorstaat, wordt overwogen dat werknemer per 1 mei 2012 bij Weducon in dienst is getreden. Dat was uitdrukkelijk de bedoeling van partijen en moest ook wel, omdat werknemer anders geen verblijfsvergunning voor Zwitserland zou krijgen. Het initiatief voor deze gang van zaken lag bij werknemer. Hij wist wat hij deed en had daar een rechtstreeks belang bij; Kelva niet. Vanaf dat moment heeft Kelva werknemer in elk geval qua loonaanspraken niet langer als werknemer behandeld. Weducon declareerde voor werknemer een aan diens brutoloon gelijke managementfee, met een opslag voor vakantiegeld en een bedrag voor indexering van het salaris. Op de loonstrook van april 2012 is opgenomen dat het dienstverband eindigde per 1 mei 2012. Werknemer heeft daartegen geen bezwaar gemaakt. Uit deze gedragingen van partijen kan worden afgeleid dat de arbeidsovereenkomst door beiden per 1 mei 2012 als beëindigd werd beschouwd en dat daarvoor in de plaats is gekomen de overeenkomst van opdracht tussen Weducon en Kelva, en (kennelijk) een arbeidsovereenkomst tussen Weducon en werknemer. Nu een arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Kelva ontbreekt, moeten de verzoeken van werknemer ten aanzien van een billijke en/of transitievergoeding worden afgewezen en komt de kantonrechter niet toe aan de beoordeling van de eveneens op de arbeidsovereenkomst gegronde verzoeken en vorderingen ten aanzien van onder andere het concurrentie- of relatiebeding en de loonvordering.