Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 23 december 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:10102
Badhotel Rockanje aan Zee B.V./werkneemster
Bij vonnis van 25 september 2015 heeft de kantonrechter een deskundigenonderzoek bevolen over onder meer de vraag of (1) de administratie van Badhotel Rockanje aan Zee B.V. (hierna: het Badhotel) over de periode 2007 tot aan 1 mei 2013 is gemanipuleerd met als kennelijk doel te verhullen dat er contante bedragen aan het vermogen van het Badhotel werden onttrokken en de vraag of (2) deze manipulaties door werkneemster zijn gedaan. Ten aanzien van de vraag onder (1) concludeert de deskundige van mening te zijn dat deze bevestigend dient te worden beanwoord. Ten aanzien van de vraag onder (2) concludeert de deskundige dat niet vast te stellen is of de door hem geconstateerde manipulaties door werkneemster zijn gedaan.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het deskundigenbericht biedt onvoldoende basis om uit te kunnen gaan van de juistheid van het verwijt van het Badhotel dat werkneemster de boekhouding van het Badhotel over de periode 2007 tot aan 1 mei 2013 heeft gemanipuleerd met als kennelijk doel te verhullen dat er contante bedragen, tot een totaalbedrag van € 386.489,29, aan het vermogen van het Badhotel werden onttrokken. Tot dat oordeel heeft onder meer bijgedragen dat de deskundige zijn onderzoek aldus heeft beperkt dat hij een deelwaarneming heeft uitgevoerd op (een deel van de) financieel-administratieve bescheiden en vastleggingen die zien op 2011. Hoewel de deskundige opgemerkt heeft dat twaalf handgeschreven overzichten niet hebben geleid tot een daadwerkelijke storting, kunnen hieraan naar het oordeel van de kantonrechter geen conclusies worden verbonden voor wat betreft de substantieel ruimere periode van 2007 tot 1 mei 2013 waarin werkneemster volgens het Badhotel door administratieve manipulaties bijna vier ton aan contanten aan het vermogen van het Badhotel zou hebben onttrokken. Dit laatste klemt temeer nu de deskundige de waarde die aan zijn deelwaarneming kan worden gehecht sterk heeft gerelativeerd, in die zin dat hij van oordeel is dat het bedrag van de onttrokken gelden niet (exact) kan worden vastgesteld en dat hij daarom het onderzoek ook niet heeft uitgebreid tot de volledige periode waarover zijn oordeel was gevraagd. De deskundige heeft voorts niet kunnen vaststellen of de door hem geconstateerde manipulaties door werkneemster zijn gedaan, onder meer omdat niet duidelijk is wie gedurende de onderzoeksperiode toegang hadden tot de kluizen en omdat niet bekend is of medewerkers beschikten over elkaars inlognamen en wachtwoorden. Verder heeft de kantonrechter geconstateerd dat de deskundige het niet aannemelijk acht dat alle boekingen die gepaard gaan met de niet afgestorte bedragen, eerst achteraf, dat wil zeggen na het vertrek van werkneemster per 1 mei 2013, hebben plaatsgevonden, omdat dit zou betekenen dat na die datum relevante stukken uit de administratie zouden moeten zijn verwijderd en vele oorspronkelijke boekingen zouden moeten zijn vervangen door nieuwe (manipulatieve) omvangrijke en complexe boekingen. Dit is voor de kantonrechter echter niet toereikend om werkneemster als ‘schuldige’ van ‘de’ (laat staan ‘de’ in de zin van ‘alle’) manipulaties aan te (kunnen) wijzen. De kantonrechter komt tot de conclusie dat thans (nog) bepaald niet vaststaat dat werkneemster de boekhouding heeft gemanipuleerd met als kennelijk doel te verhullen dat er (door haar) contante bedragen, tot een totaalbedrag van € 386.489,29, aan het vermogen van het Badhotel werden onttrokken. Het Badhotel wordt niet tot bewijslevering toegelaten.