Naar boven ↑

Rechtspraak

Sonneborn Refined Products B.V./werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 6 april 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:11084

Sonneborn Refined Products B.V./werknemer

Afwijzing ontbindingsverzoek wegens disfunctioneren, omdat ongeschiktheid voor functie van logistiek medewerker voortvloeit uit ziekte.

Feiten

Werknemer is op 27 juli 1992 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Sonneborn. De laatste functie die werknemer vervulde, is die van logistiek medewerker. In 2012 heeft werknemer twee keer een TIA gehad. In verband daarmee is hij in mei 2012 wegens ziekte uitgevallen voor zijn werk als logistiek medewerker. Werknemer is na zijn uitval aangepaste werkzaamheden gaan verrichten in een andere functie, de functie productiemedewerker. In december 2013 is aan of door de bedrijfsarts gemeld dat werknemer weer hersteld was voor zijn eigen werkzaamheden. Werknemer heeft daarna niet zijn werk als logistiek medewerker hervat, maar is nagenoeg geheel 2014 blijven werken als productiemedewerker. Op 16 april 2015 heeft Sonneborn aan werknemer kenbaar gemaakt, mede gelet op bevindingen van de arbeidsdeskundige, te twijfelen over de geschiktheid van werknemer voor de functie logistiek medewerker. Er is een verbetertraject gestart. Sonneborn verzoekt ontbinding wegens disfunctioneren en stelt dat werknemer ondanks een verbetertraject van twaalf maanden, niet in staat is gebleken om de functie van logistiek medewerker naar behoren te vervullen. Werknemer verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Hij heeft een zelfstandig (tegen)verzoek gedaan om Sonneborn te veroordelen tot wedertewerkstelling.

Oordeel

Afwijzing ontbindingsverzoek, aangezien ongeschiktheid het gevolg is van ziekte

De door Sonneborn naar voren gebrachte feiten en omstandigheden leveren geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW. De kantonrechter neemt op zichzelf wel als vaststaand aan dat sprake is van disfunctioneren, in die zin dat werknemer thans en ook vóór zijn uitval wegens ziekte op 1 juni 2016 nog ongeschikt was voor zijn werkzaamheden als logistiek medewerker. Uit artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW volgt echter dat de ongeschiktheid van werknemer alleen dan een redelijke grond voor ontbinding kan opleveren, indien die ongeschiktheid niet het gevolg is van ziekte of gebreken. Aan die voorwaarde is in dit geval niet voldaan. Blijkens de verschillende verslagen van Sonneborn in de periode na 16 april 2015 en de brief van 28 juni 2016 van de jobcoach kan werknemer met name (nog) niet voldoen aan de eisen die de functie logistiek medewerker stelt, omdat hij niet voldoende kan omgaan met het automatiseringssysteem SAP. In de arbeidskundige rapportage van 11 maart 2015 wordt de functie logistiek medewerker niet passend geacht voor werknemer, juist vanwege de medische beperkingen wat betreft concentratievermogen en het verwerken van woordelijke informatie en cijfers van een computerscherm. Dit brengt dat als vaststaand moet worden aangenomen dat de ongeschiktheid van werknemer voor het werk als logistiek medewerker in ieder geval mede te maken heeft met de medische beperkingen van werknemer. Niet gesteld of gebleken is dat werknemer na 11 maart 2015 hersteld zou zijn of dat zijn medische beperkingen zouden zijn afgenomen. Dat werknemer in december 2013 door of bij de bedrijfsarts hersteld is gemeld voor de functie logistiek medewerker, kan aan het voorgaande niet afdoen, gelet op de duidelijke conclusie en bevindingen van de arbeidskundige rapportage. Overigens hebben beide partijen ook niet kunnen aangeven of aan de hersteldmelding een beoordeling door de bedrijfsarts is voorafgegaan. Ook zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt van een inhoudelijke beoordeling door de bedrijfsarts in december 2013. Uitgaande van het feit dat werknemer op en na 16 april 2015 om medische redenen ongeschikt was voor zijn functie, stelt werknemer ook terecht dat Sonneborn geen verbetertraject had mogen starten op 16 april 2015, maar dat zij had moeten kiezen voor een re-integratietraject. Uit het voorgaande en artikel 7:671b lid 6 BW volgt ook dat het opzegverbod tijdens ziekte in de weg staat aan ontbinding. Conclusie is dat het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.

Afwijzing vordering tot wedertewerkstelling

Het verzoek tot wedertewerkstelling wordt ook afgewezen. Niet in geschil is dat werknemer op 1 juni 2016 wegens ziekte geheel is uitgevallen voor zijn werk. De bedrijfsarts heeft in een advies van 12 augustus 2016 geschreven dat werknemer naar verwachting zes maanden nodig zal hebben voor volledig herstel, maar dat oplossing van het werkgebonden probleem daarvoor wel cruciaal is. Onder die omstandigheden is werkhervatting en tewerkstelling in de functie logistiek medewerker nu nog niet aan de orde. Het is aan partijen om in onderling overleg, en in overleg met de bedrijfsarts, al dan niet in combinatie met bemiddeling of mediation, te bespreken op welke wijze een invulling kan worden gegeven aan de arbeidsrelatie en eventuele werkhervatting.