Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 6 december 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:4129
Ciano Netherlands B.V./werknemers
Feiten
Op grond van een overeenkomst tussen enerzijds het International Criminal Court (hierna: ICC) en Eurojust als opdrachtgevers en anderzijds (de rechtsvoorganger van) Ciano als opdrachtnemer, verzorgde Ciano vanaf 6 november 2011 tot 1 december 2015 de catering en de banqueting voor het ICC en Eurojust. Op de arbeidsovereenkomst tussen partijen zijn de bepalingen van de algemeen verbindend verklaarde cao voor de contractcateringsbranche 1 juli 2015 tot 1 juli 2016 (hierna: de cao) van toepassing. Per 1 december 2015 heeft het ICC de catering en banqueting voor haar nieuwe locatie aan OSP gegund. Bij brieven van 27 november 2015 heeft Ciano aan X en Y laten weten dat zij als gevolg van de contractswisseling als betrokken werknemer bij het ICC-contract met ingang van 1 december 2015 in dienst treden van OSP. Werknemers hebben gevorderd Ciano te veroordelen loon door te betalen. Werknemers hebben aan hun primaire vordering ten grondslag gelegd dat zij hun werkzaamheden zowel ten behoeve van het ICC als ten behoeve van Eurojust hebben verricht en dat dus niet gezegd kan worden dat zij bij het contract met het ICC betrokken werknemers zijn, als bedoeld in artikel 10 lid 2 cao. De kantonrechter oordeelde dat tussen de werkzaamheden van ICC en Eurojust geen goed onderscheid viel te maken wat de inzet van werknemers betreft. De vorderingen werden afgewezen.
Oordeel gerechtshof - uitleg artikel 10 cao ‘betrokken werknemers’
Het gaat in deze zaak om de uitleg van artikel 10 cao. Het tussen partijen gevoerde debat beperkt zich tot de vraag of werknemers kunnen worden aangemerkt als ‘betrokken werknemers’ in de zin van artikel 10 lid 2 cao. Bij de uitleg van deze bepaling is de objectief kenbare betekenis van de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van die overeenkomst en een eventuele schriftelijke toelichting daarop, in beginsel van doorslaggevende betekenis (de cao-maatstaf). Uit de tekst van artikel 10 cao kan – op basis van de veronderstelling dat van een contractswisseling sprake is – worden afgeleid dat werknemers als betrokken werknemers in de zin van artikel 10 cao kunnen worden aangemerkt in het geval de door hen verrichte werkzaamheden volledig ten behoeve van het ICC zijn verricht. In dat geval hebben zij door de contractswisseling hun arbeidsplaats bij Ciano verloren. Voor zover Ciano zich op het standpunt stelt dat werknemers ook als betrokken werknemers in de zin van artikel 10 cao zijn aan te merken indien de door hen verrichte werkzaamheden in overwegende mate ten behoeve van ICC zijn verricht, geeft de tekst van artikel 10 voor die uitleg onvoldoende grond. Artikel 10 onderscheidt immers niet naar de mate waarin een werknemer aan een contract wordt toegekend en een arbeidsplaats verloren gaat. Ook in het geval werknemers in overwegende mate ten behoeve van ICC hebben gewerkt – waarbij overigens niet duidelijk is welk percentage van de werkzaamheden daarmee wordt uitgedrukt – kan daarom niet worden gezegd dat zij hun arbeidsplaats bij Ciano hebben verloren. Noch uit het cateringcontract, noch uit de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst kan worden afgeleid dat werknemers slechts ten behoeve van een van beide opdrachtgevers werden ingezet. Anders gezegd, niet duidelijk is – in de woorden van artikel 10 cao – aan welk contract zij zijn toegewezen. De enkele omstandigheid dat het cateringcontract in artikel 20 voorziet in de mogelijkheid dat het contract door een van de opdrachtgevers kan worden beëindigd onder voortzetting van het contract met de andere opdrachtgever, maakt dit niet anders. Evenmin staat vast dat over de taakverdeling specifieke afspraken zijn gemaakt tussen de opdrachtgevers en Ciano of tussen Ciano en haar werknemers.