Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 28 februari 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:1674
werknemer/Tempo-Team Projecten BV
Feiten
Werknemer is sinds 2011 op grond van een uitzendovereenkomst met Tempo-Team Projecten BV (hierna: Tempo-Team) werkzaam als uitzendkracht. Tot 2 maart 2014 was hij ter beschikking gesteld aan OHRA Verzekeringen (hierna: Ohra) en met ingang van 3 maart 2014 is hij door Tempo-Team ter beschikking gesteld aan ABN AMRO Verzekeringen (hierna: AAV) in de functie van schadebehandelaar. Ohra en AAV zijn onderdeel van de Delta Lloyd Groep. Op 16 maart 2016 is werknemer door Tempo-Team op staande voet ontslagen, omdat hij betrokken is geweest bij dubieuze en frauduleuze handelingen. Werknemer vordert onder meer vernietiging van het ontslag op staande voet. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer afgewezen. Tegen dit vonnis komt werknemer in hoger beroep.
Oordeel
Dringende reden inlener ook dringende reden voor uitzendbureau
Werknemer betwist de overweging van de kantonrechter dat, nu partijen daarover geen andersluidend standpunt hebben ingenomen, een beëindiging van de uitzendrelatie om een dringende reden doorwerkt in de relatie tussen werknemer en Tempo-Team. Op zichzelf is juist dat een inlener makkelijk van een uitzendkracht af kan en ook is denkbaar dat bepaalde kwesties voor de ene inlener van groot belang zijn, terwijl dat voor een andere inlener niet het geval hoeft te zijn. Indien het verweten gedrag evenwel frauduleus handelen betreft, is – indien die beschuldiging gegrond is – dat gedrag van zodanige aard, dat Tempo-Team werknemer bij geen enkele klant kan plaatsen. Dergelijk handelen bij de inlener levert dan ook een dringende reden op voor Tempo-Team.
Onverwijldheid
Werknemer gelooft niet dat Delta Lloyd pas op 8 maart 2016 het vermoeden kreeg dat hij fraudeerde bij de behandeling van schadeclaims. Het hof stelt voorop dat niet Delta Lloyd, maar Tempo-Team de tot ontslag bevoegde werkgever is. Op zichzelf is daarom niet van belang op welk moment Delta Lloyd vermoedde dat werknemer zich schuldig maakte aan fraude. Niet is betwist dat Tempo-Team voldoende voortvarend heeft gehandeld indien zij omstreeks 8 maart 2016 op de hoogte raakte van de vermoedens van Delta Lloyd. Zij heeft deze op 15 maart 2016 met werknemer besproken, daags daarop ontslag op staande voet verleend en dat bij brief van dezelfde dag bevestigd en toegelicht. Zelfs indien Delta Lloyd (de tot ontslag bevoegde persoon bij) Tempo-Team al eind februari 2016, toen de steekproeven vraagtekens opriepen, zou hebben geïnformeerd over het onderzoek dat bij haar plaatsvond, dan nog had Tempo-Team de uitkomsten van dat onderzoek bij de inlener en het gesprek op 15 maart 2016 moeten afwachten alvorens zij kon besluiten tot ontslag, gehoord werknemer. Het hof ziet dan ook geen reden om Tempo-Team te belasten met bewijs van haar stelling dat zij (pas) op 8 maart 2016 is geïnformeerd.
Dringende reden
Niet door werknemer is betwist dat hij het verlies van een gouden ring heeft geclaimd ter waarde van € 350 en ter onderbouwing daarvan een bon heeft verstrekt. Diezelfde bon, daarover kan in redelijkheid geen misverstand bestaan gelet op de volstrekte overeenstemming, is in 2014 gebruikt door verzekerde mevrouw K, ter onderbouwing van haar schade door het verlies van de ring bij insluiping in haar woning op 9 september 2014. Het schadedossier van K is behandeld door werknemer. Nu K deze bon heeft kunnen verschaffen ter onderbouwing van haar claim, is die bon niet met de bij haar gestolen goederen weggenomen. Dat betekent ook dat werknemer, gelet op zijn stellingen, in de korte periode tussen september 2014 en mei 2015 een gouden ring via Marktplaats moet hebben aangeschaft ter waarde van de door hem geclaimde € 350 waarbij hij deze bon heeft verkregen. Dat is opmerkelijk. Ook heeft werknemer het verlies van zes horloges geclaimd. Van één daarvan heeft hij een aankoopbon overgelegd ten bedrage van € 455 na aftrek van € 194 korting. Precies dezelfde bon komt voor in het door werknemer op 13 november 2014 behandelde schadedossier van ene X. Gezien de vele verbanden tussen claims van anderen en die van werknemer, hecht het hof geen geloof aan de stelling van werknemer dat hij zuiver toevallig via Marktplaats in bezit is gekomen van diverse goederen (al dan niet met bonnen) die bij hem ontvreemd zijn en eerder al zijn verdwenen bij verzekerden van zijn inleners. Volgt bekrachtiging van het bestreden vonnis.