Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/de Franse Republiek, h.o.d.n. Institut Français des Pays-Bas vertegenwoordigd door Agent Judiciaire de L’Etat
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 14 februari 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:1596

werknemer/de Franse Republiek, h.o.d.n. Institut Français des Pays-Bas vertegenwoordigd door Agent Judiciaire de L’Etat

Amsterdamse kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van arbeidsrechtelijk geschil tussen werknemer en onderdeel van de Franse ambassade, gevestigd te Amsterdam. Beroep op immuniteit van jurisdictie van de Franse Republiek faalt.

Feiten

Werknemer heeft vanaf 1982 tot 2016 voor Institut Français werkzaamheden verricht. Institut Français is een onderdeel van de Franse ambassade en daarmee een dienst van de Franse Republiek. Institut Français is gehuisvest te Amsterdam. De financiering geschiedt (bijna volledig) door de Franse Republiek. Het dienstverband van werknemer is door Institut Français opgezegd tegen 30 juni 2016. Daarbij heeft Institut Français bedrijfseconomische redenen aangevoerd. Werknemer verzoekt thans vernietiging van de opzegging (art. 7:681 BW). Institut Français meent dat de kantonrechter onbevoegd is, dan wel dat werknemer niet-ontvankelijk is.

Oordeel

Het geschil tussen partijen heeft betrekking op het Institut Français in Amsterdam. Institut Français beweegt zich zelfstandig op de Nederlandse arbeidsmarkt. De werkzaamheden van werknemer bestonden uit conciërgetaken voor het gebouw van Institut Français en lichte administratieve en/of ICT-werkzaamheden. Werknemer woonde reeds in Nederland en is hier geworven. Dat werknemer een typische overheidstaak vervulde is door Institut Français wel gesteld maar onvoldoende onderbouwd. Ingevolge artikel 20 lid 1 en artikel 21 lid 1 onderdeel b onder i van de Herschikte EEX-Verordening (zoals deze sinds 10 januari 2015 luidt) kan Institut Français, en daarmee de Franse Republiek, in Nederland voor een gerecht worden opgeroepen indien zij hier te lande een filiaal, agentschap of andere vestiging heeft. Nu een ambassade in een geschil over een door die ambassade namens de zendstaat gesloten arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt als ‘vestiging’ in de zin van artikel 20 lid 1 Herschikte EEX-Verordening, geldt naar het oordeel van de kantonrechter hetzelfde voor de ambassade/Institut Français van de Franse Republiek in Nederland, temeer aangezien Institut Français zelfstandig de arbeidsovereenkomst met werknemer heeft gesloten en voor de feitelijke uitvoering geheel zelfstandig is opgetreden. Met betrekking tot het beroep op immuniteit van jurisdictie van de Franse Republiek geldt voorts dat artikel 5 EEX-Verdrag – waarbij de Franse Republiek partij is – bepaalt dat een overeenkomstsluitende Staat geen beroep kan doen op immuniteit naar aanleiding van de rechtsmacht van een rechter in een andere overeenkomstsluitende Staat, indien het geschil betrekking heeft op een arbeidsovereenkomst tussen de Staat en een natuurlijk persoon, wanneer de arbeid wordt verricht op het grondgebied van de Staat van het Forum. Van belang is voorts dat Institut Français zelf, in artikel 1 van het op de arbeidsovereenkomst met werknemer van toepassing zijnde Interne Reglement, expliciet afstand heeft gedaan van haar beroep op immuniteit. De slotsom hiervan is dat Institut Français kan worden opgeroepen voor de bevoegde Nederlandse rechter. Nu de werkzaamheden in Amsterdam worden verricht en in (de arbeidsovereenkomst en) het Interne Reglement een keuze is gemaakt voor de rechtbank te Amsterdam en werknemer bovendien zijn arbeid gewoonlijk in Amsterdam verrichtte, is de kantonrechter te Amsterdam bevoegd van het verzoek kennis te nemen. De formele verweren van Institut Français zullen gezien het bovenstaande worden gepasseerd. De kantonrechter verklaart zich bevoegd van de zaak kennis te nemen en overigens is werknemer ook ontvankelijk in zijn verzoek. Zoals met partijen besproken zal een tweede mondelinge behandeling worden bepaald, alwaar de zaak verder inhoudelijk zal worden besproken.

  • Instantie: Rechtbank Amsterdam
  • Locatie: Amsterdam
  • ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2017:1596
  • Roepnaam: werknemer/de Franse Republiek, h.o.d.n. Institut Français des Pays-Bas vertegenwoordigd door Agent Judiciaire de L’Etat
  • Zaaknummer: 5343010 EA VERZ 16-1075
  • Nummer: AR-2017-0294