Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 14 februari 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:253
werknemer/Tolsa Nederland B.V.
Feiten
Werknemer is op 20 september 2005 in dienst getreden van (de rechtsvoorgangster van) Tolsa Nederland, in de functie van Operations Director. Hij is vanaf 14 november 2007 ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel als statutair bestuurder van Tolsa Nederland (datum in functie: 2 oktober 2007). Het ten behoeve van de Kamer van Koophandel ingevulde inschrijvingsformulier is ondertekend door werknemer en door de heer X. Tijdens de buitengewone vergadering van aandeelhouders op 15 december 2015 is werknemer met onmiddellijke ingang geschorst en ontslagen als statutair bestuurder van Tolsa Nederland en is tevens besloten zijn arbeidsovereenkomst op te zeggen, met inachtneming van een opzegtermijn van vier maanden. De rechtbank heeft bij beschikking van 3 juni 2016 geoordeeld dat werknemer statutair bestuurder was van Tolsa Nederland en het primaire verzoek tot vernietiging dan wel herstel van de arbeidsovereenkomst afgewezen. Tolsa Nederland is veroordeeld aan werknemer een transitievergoeding van € 66.253,06 bruto te betalen. In hoger beroep stelt werknemer zich op het standpunt dat hij geen statutair bestuurder is en hij verzoekt het hof een vergoeding toe te kennen van in totaal € 325.000 bruto ter zake van transitievergoeding en billijke vergoeding,
Oordeel
Het hof stelt voorop dat de grieven in het principaal appel zich niet richten tegen het oordeel van de rechtbank dat sprake is van een redelijke grond voor de opzegging als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 aanhef en onderdeel h BW, noch tegen het oordeel van de rechtbank dat niet is voldaan aan de voorwaarde voor het toekennen van een billijke vergoeding op grond van artikel 7:682 lid 3 aanhef en onderdeel a of onderdeel b BW. Deze beslissingen blijven derhalve buiten het debat in hoger beroep en zijn niet aan het oordeel van het hof onderworpen. De grieven richten zich tegen het oordeel van de rechtbank dat werknemer statutair bestuurder van Tolsa Nederland was en lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Naar het oordeel van het hof is werknemer rechtsgeldig buiten vergadering, als bedoeld in het op 2 oktober 2007 geldende artikel 2:238 (oud) BW, tot statutair bestuurder benoemd. Uit artikel 32 van de statuten van Tolsa Nederland – waarvan het hof, net als partijen, aanneemt dat dit op 2 oktober 2007 van kracht was – volgt dat de aandeelhouders alle besluiten die zij in vergadering kunnen nemen, met voorkennis van de directie en – indien en zolang deze is ingesteld – de raad van commissarissen buiten vergadering kunnen nemen. Een dergelijk besluit is, op grond van de statuten, slechts geldig indien alle stemgerechtigde aandeelhouders schriftelijk, telegrafisch, per telefax of per telecopier ten gunste van het desbetreffende voorstel stem hebben uitgebracht. Als onweersproken staat vast dat Tolsa SA, de Spaanse moedervennootschap van Tolsa Nederland, enig aandeelhouder is. Uit het memorandum van 2 oktober 2007 blijkt dat werknemer door enig aandeelhouder Tolsa SA is benoemd tot General Manager Operations. Het hof is van oordeel dat dit document kan worden aangemerkt als vastlegging van de stemuitbrenging door de enig aandeelhouder, zoals artikel 2:238 (oud) BW voorschrijft. Op het formulier inschrijving functionaris voor een rechtspersoon, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel op 14 november 2007, is onder 4.1 de functie ‘bestuurder’ ingevuld. In het formulier is bij 4.3 de vraag of de functionaris een statutaire titel heeft bevestigend beantwoord, waarbij de functie ‘directeur’ is ingevuld. Door de inschrijving als alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder in het Handelsregister, met gebruikmaking van een door werknemer getekend mutatieformulier, heeft werknemer de benoeming als statutair bestuurder aanvaard. Het betoog van werknemer dat hij zich niet feitelijk als bestuurder van Tolsa Nederland heeft gedragen en dat sprake is van een zogenoemd functioneel bestuurderschap, faalt. Door Tolsa Nederland is voldoende aannemelijk gemaakt dat werknemer zich jarenlang heeft gedragen en werkzaamheden heeft verricht als bestuurder. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat werknemer rechtsgeldig tot statutair bestuurder is benoemd en rechtsgeldig is ontslagen. De opzegging van de arbeidsovereenkomst zonder instemming is rechtsgeldig gelet op het bepaalde in artikel 7:671 lid 1 aanhef en onderdeel e BW, zodat er geen grond is werknemer een billijke vergoeding toe te kennen op de voet van artikel 7:681 lid 1 aanhef en onderdeel a BW. Een andere grondslag voor toekenning van een billijke vergoeding is door werknemer in hoger beroep niet gesteld. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd.