Naar boven ↑

Rechtspraak

Federatie Nederlandse Vakbeweging/Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland c.s.
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 29 maart 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:2979

Federatie Nederlandse Vakbeweging/Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland c.s.

Is Holland Casino gehouden om aan FNV waarborgen te verstrekken in de vorm van een cao en sociaal plan?

Feiten

Holland Casino is de enige legale aanbieder van casinospelen in Nederland. De looptijd van de laatste cao van de werknemers van Holland Casino is verstreken. Holland Casino en FNV hebben maandenlang tevergeefs onderhandeld over nieuwe arbeidsvoorwaarden. In het regeerakkoord van het huidige kabinet staat het voornemen om de kansspelmarkt te moderniseren en Holland Casino te privatiseren. Daartoe heeft de regering op 10 mei 2016 bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de Wet op de kansspelen. Op 8 november 2016 hebben de bestuurders van Holland Casino een voorstel tot splitsing gedaan van Holland Casino als splitsende stichting en Holland Casino N.V. als verkrijgende vennootschap. FNV is op grond van artikel 2:334l BW in verzet gekomen tegen het voorstel tot splitsing van Holland Casino. FNV verzoekt Holland Casino te gebieden om waarborgen te verstrekken in de vorm van een cao en sociaal plan.

Oordeel

Het betoog van FNV dat het verzet gegrond moet worden verklaard omdat omvorming van Holland Casino naar een naamloze vennootschap moet worden gerealiseerd via de weg van artikel 2:18 BW, slaagt niet. Artikel 2:334b lid 1 BW bepaalt weliswaar dat partijen bij een splitsing dezelfde rechtsvorm moeten hebben, maar lid 4 van dat artikel bevat een uitzondering op deze regel. Bij splitsing van (onder meer) een stichting kunnen ook naamloze of besloten vennootschappen worden opgericht, zoals het splitsingsvoorstel van Holland Casino beoogt. Het staat Holland Casino dan ook vrij deze weg te kiezen.

Artikel 2:334l BW is leidend voor de beoordeling. Dat artikel bevat twee limitatieve gronden voor verzet tegen een voorstel tot splitsing. Verzet is mogelijk op grond dat het voorstel ten aanzien van zijn rechtsverhouding strijdt met artikel 2:334j BW of op grond dat een krachtens artikel 2:334k BW verlangde waarborg niet is gegeven. Het verzoek is gebaseerd op laatstgenoemde mogelijkheid.

FNV stelt op zichzelf terecht dat ook werknemers een waarborg kunnen verlangen als bedoeld in artikel 2:334k BW. Echter, FNV vraagt geen waarborg voor bestaande loonvorderingen, maar voor door haar gewenste arbeidsvoorwaarden. FNV en Holland Casino zijn in de afgelopen maanden niet in staat gebleken tot overeenstemming te komen over die arbeidsvoorwaarden en FNV en haar leden kunnen dan ook geen aanspraak maken op (de totstandkoming van) een cao of een sociaal plan met een bepaalde inhoud. De conclusie is dat FNV en haar leden in dit opzicht niet als schuldeisers van Holland Casino kunnen worden beschouwd. Artikel 2:334k BW bevat een regeling ter bescherming van crediteurenbelangen en niet ter bescherming van andere (zwaarwegende) belangen. Bovendien moet een verzoek op grond van artikel 2:334k BW worden afgewezen indien (verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat) de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de splitsing niet minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan. Dat is hier het geval. Vast staat immers dat de splitsing geen wijziging zal brengen in de vermogenstoestand van Holland Casino. In het voorstel tot splitsing staat vermeld dat de verkrijgende vennootschap het gehele vermogen van de splitsende stichting onder algemene titel verkrijgt. Voorts stelt FNV zich op het standpunt dat de splitsing niet op zichzelf staat, maar zal worden gevolgd door de privatisering van Holland Casino. Wat daar ook van zij, dat standpunt kan niet tot een ander oordeel leiden. Privatisering is immers geen onderdeel van het splitsingsvoorstel. Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank het verzet ongegrond zal verklaren.