Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 29 maart 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:2798

werknemer/werkgever

Vorderingen wegens achterstallige loonbetaling en betaling van opgebouwde maar niet genoten vakantie- en atv-uren integraal toegewezen.

Feiten

Werknemer is gedurende de periode van 23 april 2014 tot 13 mei 2016 in dienst geweest bij werkgever in de functie van dakdekker voor 16 uur per week. Volgens werknemer is op zijn arbeidsovereenkomst de CAO voor de Bouwnijverheid 2014 en 2015-2017 van toepassing. Werknemer stelt dat werkgever gedurende het dienstverband regelmatig het loon te laat betaalde en dat hij structureel meer uren werkte dan was overeengekomen. Omdat werkgever, zo stelt werknemer verder, ondanks meerdere mondelinge verzoeken daartoe, niet overging tot regelmatige betaling van het loon heeft werknemer uiteindelijk de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden opgezegd. Thans vordert werknemer betaling van achterstallig loon en betaling van opgebouwde maar niet genoten vakantie- en atv-uren. Werkgever voert het volgende verweer. Allereerst stelt werkgever dat werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd zonder de opzegtermijn in acht te nemen, zodat werknemer deswege schadeplichtig is. Voorts stelt werkgever dat werknemer zijn vorderingen niet onderbouwt dan wel inzichtelijk maakt. Daarnaast stelt werkgever dat de CAO voor de Bouwnijverheid niet van toepassing is. Verder stelt werkgever dat de opgebouwde vakantie-uren zijn verjaard. Ten slotte betoogt werkgever dat werknemer een aan hem ter beschikking gestelde zaagmachine niet terug heeft gegeven, zodat die waarde op een eventuele loonaanspraak in mindering strekt.

Oordeel

Achterstallig loon

Anders dan werkgever is de kantonrechter van oordeel dat werknemer zijn vorderingen in voldoende mate heeft onderbouwd. Immers, bij de dagvaarding heeft werknemer ter onderbouwing van zijn vorderingen een inzichtelijke specificatie overgelegd waaruit blijkt op welke wijze werknemer zijn vorderingen heeft berekend. Het standpunt van werknemer komt erop neer dat hij de in die door werkgever verstrekte salarisspecificaties vermelde bedragen die aan hem zouden zijn uitbetaald heeft vergeleken met de daadwerkelijk door hem ontvangen bedragen en dat hij bij die vergelijking een verschil heeft geconstateerd van € 3553,39 netto. Tegen de hoogte van dit bedrag op zich heeft werkgever geen verweer gevoerd, maar stelt werkgever dat daarop in mindering strekken twee contante betalingen van respectievelijk € 700 en € 1000 en een girale betaling van € 1385,28. Uit de door werknemer overgelegde bankrekeningafschriften blijkt echter dat werknemer op of omstreeks 13 mei 2015 geen bedrag ad € 1385,28 op zijn bankrekening heeft ontvangen, terwijl werkgever geen kwitanties heeft overgelegd van de beweerdelijk door hem contant betaalde bedragen van respectievelijk € 700 en € 1000. Het verweer van werkgever dienaangaande dient derhalve te worden verworpen.

Opgebouwde en niet genoten vakantie- en atv-dagen

Met betrekking tot de door werknemer gevorderde opgebouwde en niet genoten vakantie- en atv-dagen heeft werkgever als verweer aangevoerd dat de CAO Bouw & Infra niet van toepassing is. Door werkgever is niet weersproken dat de CAO Bouw & Infra 2014 en de CAO Bouw & Infra 2015-2017 algemeen verbindend zijn verklaard. De kantonrechter is derhalve van oordeel dat werknemer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de CAO Bouw & Infra 2014 en 2015-2017 van toepassing zijn. Werknemer heeft in voldoende mate onderbouwd dat hij op grond van de betreffende cao gedurende de periode dat hij in dienst was van werkgever recht had op in totaal 167 vakantie-uren en 133 atv-uren. Het verweer van werkgever dat een deel van de vakantie-uren is verjaard gaat niet op nu werkgever niet heeft weersproken dat werknemer niet in de gelegenheid werd gesteld om die uren op te nemen. De door werknemer gevorderde bedragen ter zake van opgebouwde en niet genoten vakantie- en atv-uren kunnen derhalve eveneens worden toegewezen.

Zaagmachine

Ten slotte stelt werkgever zich op het standpunt dat hij aan werknemer een gloednieuwe zaagmachine ter beschikking heeft gesteld en dat werknemer die zaagmachine niet teruggegeven heeft, zodat de waarde daarvan in mindering strekt op de vordering van werknemer. Echter, werkgever heeft hiervoor geen stukken overgelegd. Bovendien heeft werkgever niet gesteld dat hij kort na de opzegging door werknemer van de arbeidsovereenkomst, afgifte van die zaagmachine heeft verzocht, hetgeen voor de hand zou hebben gelegen. Het verweer dient derhalve te worden verworpen.

Onregelmatige opzegging

Nog daargelaten de vraag of werknemer jegens werkgever schadeplichtig is vanwege onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst, is de termijn waarbinnen werkgever een verzoek daartoe kan indienen verstreken, zodat dit verweer van werkgever eveneens zal worden verworpen.