Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Interconfessioneel Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie, Regio Utrecht (Amarantis)
Hoge Raad, 7 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:634

werknemer/Stichting Interconfessioneel Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie, Regio Utrecht (Amarantis)

Uitleg beëindigingsovereenkomst. Oud-collegevoorzitter dient neveninkomsten met loon te verrekenen op grond van aanvullende overeenkomst.

Feiten

Werknemer (geboren 1947) is vanaf 1 augustus 1980 bij (de rechtsvoorgangster van) de stichting, Stichting Amarantis (hierna: Amarantis), althans een van haar rechtsvoorgangers, in dienst geweest. Vanaf 1 augustus 1995 tot 1 augustus 2004 was werknemer voorzitter van het college van bestuur. De arbeidsovereenkomst is per 1 maart 2011 door opzegging door Amarantis bij brief van 16 augustus 2010 beëindigd. Werknemer heeft beroep ingesteld tegen zijn ontslag bij de Commissie van Beroep voor het confessioneel middelbaar beroepsonderwijs (BVE). Deze commissie heeft het beroep van werknemer bij beslissing van 14 januari 2011 ongegrond verklaard. Amarantis heeft vanaf oktober 2010 (een deel van) het loon van de werknemer niet uitbetaald. Werknemer heeft in dit geding een loonvordering, met nevenvorderingen, ingesteld en gevorderd, samengevat, voor recht te verklaren dat een volgens hem door (de rechtsvoorgangster van) Amarantis aan hem gedane pensioentoezegging zal worden nagekomen. Amarantis heeft in eerste aanleg het verweer gevoerd dat zij de betaling van het loon mocht opschorten aangezien werknemer als voorzitter en lid van het college van bestuur maar ook na zijn terugtreden als zodanig, zich verplicht had eventuele nevenfuncties en/of nevenwerkzaamheden aan haar te melden en eventuele neveninkomsten die zouden uitstijgen boven het afgesproken ‘referentie-inkomen’ terug te betalen. In reconventie vorderde Amarantis werknemer te veroordelen op straffe van een dwangsom inzicht te verschaffen in zijn nevenwerkzaamheden en de daarmee gegenereerde neveninkomsten in de periode van 1 augustus 2004 (datum van aftreden als voorzitter en lid van het college van bestuur) tot 1 maart 2011 (datum einde dienstverband) en vorderde zij voor recht te verklaren dat zij de door werknemer in die periode gegenereerde neveninkomsten kan verrekenen met het teveel door haar aan hem betaalde loon. Het hof heeft Amarantis in het gelijk gesteld. De zaak bij de Hoge Raad betreft twee geschilpunten met betrekking tot de uitleg van een op 23 juni 2004 gesloten overeenkomst, namelijk (1) de opgave en verrekening van inkomsten van werknemer in verband met werkzaamheden buiten het kader van het dienstverband en (2) de pensioenaanspraken van werknemer. Ter zake van beide geschilpunten is de centrale vraag of de verschillende bepalingen uit deze overeenkomst hun werking hebben behouden, hoewel werknemer, anders dan partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst voor ogen hadden, niet per 1 augustus 2005 met vroegpensioen is gegaan.

Oordeel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.