Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Carmelcollege
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 24 maart 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:2509

werknemer/Stichting Carmelcollege

Ontslag docent met extremistische opvattingen geuit op internet, niet vanwege opvattingen als zodanig, maar onvoldoende openheid van zaken bij sollicitatie.

Feiten

(Hoger beroep van AR 2016-0956.) Werknemer heeft stage gelopen bij scholengemeenschap Twents Carmel College als docent geschiedenis. In 2015 is onrust ontstaan nadat leerlingen en/of ouders opgemerkt hadden dat er op internet foto’s zichtbaar waren waaruit blijkt dat werknemer bij een mars van de Nederlandse Volksunie (hierna: de NVU) aanwezig was. Een en ander is de aanleiding geweest dat B en C (schoolcoördinator) in juni 2015 met werknemer een gesprek hebben gevoerd. Nader onderzoek door hen op internet leverde toen op dat werknemer vaker op internet te vinden was met likes en berichten op – onder meer – de site van de NVU. Bij brief van 2 juni 2016 heeft werknemer naar aanleiding van een vacature op de school voor een tweedegraads docent geschiedenis gesolliciteerd. De school heeft besloten werknemer niet in deze vacature te benoemen vanwege politieke voorkeuren die werknemer ongeschikt maken voor de functie van docent geschiedenis. De Stichting heeft voorwaardelijk (voor zover sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst) ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. Deze arbeidsovereenkomst is op de h-grond ontbonden. De voorbeeldfunctie van een docent is niet (langer) geloofwaardig en de angst voor onrust op de school is reëel.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt.

Ontbinding h-grond terecht: geen openheid van zaken over uitingen op internet werknemer, leiden tot onrust op school

Van het Carmelcollege mag niet worden verlangd dat zij een docent tewerkstelt door wiens recente maatschappelijk optreden en publiekelijke uitlatingen (naar vorm en inhoud) in 2015 grote onrust en commotie is ontstaan onder leerlingen, ouders en docenten, welke onrust en commotie aanhielden. De vrees was gerechtvaardigd dat het in stand laten van de arbeidsovereenkomst met werknemer, voor leerlingen in de weg zou staan aan een voor het onderwijs vereist rustig klimaat terwijl daardoor ook het vereiste vertrouwen van ouders in de school zou worden aangetast. Onder de gegeven omstandigheden mocht het Carmelcollege die belangen zwaarder laten wegen dan het individuele belang van werknemer bij het desondanks continueren van de arbeidsovereenkomst. Dat het Carmelcollege die afweging niet reeds ten tijde van de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst kon maken, vindt vooral haar oorzaak in de omstandigheid dat werknemer niet van meet af aan alle relevante informatie open met het Carmelcollege heeft gedeeld. Het Carmelcollege mocht daarom de arbeidsovereenkomst alsnog beëindigen.

Politieke opvattingen niet reden van ontslag

Het hof hecht eraan het navolgende op te merken. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft deze zaak, anders dan deze zich in eerste instantie liet aanzien en in elk geval (deels) in de media is geframed, niet betrekking op de vraag of een docent extremistische opvattingen mag hebben dan wel of hij daarom mag worden ontslagen met alle gevolgen, wellicht ook voor de toekomst, van dien. De zaak ziet veeleer op de kwestie of door werknemer voldoende openheid is betracht in zowel het recente verleden tijdens zijn stage op de school als bij gelegenheid van de sollicitatie, hetgeen van betekenis is voor het noodzakelijke vertrouwen in hem, en voorts ziet deze zaak op de vraag of de door werknemer gedane uitingen in het publieke domein, door middel van sociale media, te verenigen zijn met hetgeen een school van een docent mag verwachten. Dit laatste illustreert het gevaar van het gebruik van sociale media, ook als privépersoon, en dat dit betekenis kan krijgen in het juridisch domein. Een gevaar dat door justitiabelen pleegt te worden onderschat. Werknemer heeft nog aangevoerd dat hij nu niet meer de puberende jongen van destijds was en dat hij daarvan afstand heeft genomen. Dit moge zo zijn maar daarmee verliest het verleden niet zijn betekenis. Wat gedaan is kan niet zonder meer ongedaan worden gemaakt. Dat eenieder in beginsel een tweede kans verdient, mocht werknemer daarop doelen, wordt overigens ook door het hof onderschreven. Het hof wenst te benadrukken dat hetgeen zich heeft afgespeeld bij het Carmelcollege, werknemer niet ongeschikt maakt als docent geschiedenis elders. Hij heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep toegelicht dat hij inmiddels elders op gesprek is geweest en niet het verleden maar zijn gebrek aan ervaring hem daar parten heeft gespeeld.