Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Maatschappij tot Exploitatie van Reisbureau ‘Kennemerland’ B.V c.s.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 7 maart 2017
ECLI:NL:RBNHO:2017:1759

werkneemster/Maatschappij tot Exploitatie van Reisbureau ‘Kennemerland’ B.V c.s.

Werkneemster valt van de trap, terwijl zij een bureaustoel naar boven sjouwt. Werkgever op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk voor schade.

Feiten

Werkneemster, werkzaam als manager reisbureau, heeft haar werkgeefster verzocht om vervanging van bureaustoelen. Op 1 augustus 2013 heeft de directeur een nieuwe bureaustoel voor werkneemster en haar collega gebracht. De stoelen zijn door hem achtergelaten bij de trap. Werkneemster heeft diezelfde dag getracht een bureaustoel via de trap naar boven te tillen. Zij is daarbij van de trap gevallen. Door de val heeft werkneemster (onder meer) ernstig letsel opgelopen aan haar been (meerdere botbreuken). Als gevolg van het ongeval is werkneemster volledig arbeidsongeschikt geraakt en ontvangt zij een WIA-uitkering. Werkneemster verzoekt voor recht te verklaren dat Zonvaart Reizen aansprakelijk is voor de materiële en immateriële schade die zij lijdt en nog zal lijden als gevolg van het bedrijfsongeval dat haar is overkomen, en dat Zurich Insurance (de verzekeringsmaatschappij) gehouden is de uitkering, die zij uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst met Zonvaart Reizen, verschuldigd is, rechtstreeks aan werkneemster te betalen. Oordeel

Zonvaart Reizen heeft onder meer gesteld dat zij in het onderhavige geval voldoende instructies heeft gegeven aan werkneemster hoe te handelen met de oude bureaustoelen. Daarnaast heeft zij ook gesteld dat het hier om een huis-tuin-en-keukenongeval gaat, waarbij door een werkgever nauwelijks instructies zijn te geven. De kantonrechter acht Zonvaart Reizen op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk voor de door werkneemster geleden schade en overweegt daartoe het volgende. Voor de beoordeling is niet van belang wie uiteindelijk de oude bureaustoelen in het halletje heeft geplaatst. Immers, de stoelen stonden hoe dan ook in de weg. Gelet hierop, is het logisch dat werkneemster zich afvroeg wat er met de stoelen gedaan moest worden. Zelfs als de directeur tegen werkneemster en haar collega gezegd zou hebben dat ze de oude stoelen buiten mochten zetten (i.p.v. boven), dan is dit een onvoldoende instructie, nu hier geen toezicht op werd gehouden en ook geen tijdstip is genoemd waarbinnen de stoelen dan zouden moeten worden buitengezet. Het oordeel luidt dan ook dat Zonvaart Reizen verantwoordelijk moet worden gehouden voor de – op zichzelf onverstandige – actie van werkneemster om de stoel(en) in haar eentje via de trap naar boven te tillen. Dat werkneemster zelf filiaalchef was doet hier niet aan af. De stelling dat sprake zou zijn van een huis-tuin-en-keukenongeval, wordt verworpen nu de situatie zich in de winkel afspeelde en niet was gecreëerd door werkneemster, terwijl werkneemster vanuit haar verantwoordelijkheid als manager van het reisbureau handelend moest optreden. Verder sjouwt men over het algemeen thuis geen bureaustoelen. Het verzoek van werkneemster wordt toegewezen.