Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Gouda), 9 maart 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:5162
Arfos Management Services B.V./werknemer
Feiten
Bij het tussenvonnis dat in deze zaak is gewezen, is Arfos toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat de door haar geciteerde e-mailberichten via internet zijn verzonden door werknemer (c.q. door hem op Facebook zijn geplaatst).
Oordeel
Geen dringende reden
Nu niet komt vast te staan dat het door Arfos geciteerde tweede Facebook-bericht d.d. 18 maart 2015 en de door haar geciteerde Facebook-berichten van nadien van werknemer afkomstig zijn, is te concluderen dat Arfos geen dringende reden had voor het ontslag dat zij werknemer per 21 april 2015 heeft gegeven. Geen van de getuigen heeft verklaard dat hij of zij werknemer een of meer van de in het geding zijnde Facebook-berichten heeft zien schrijven en heeft zien plaatsen op zijn Facebook-pagina dan wel op de Facebook-pagina van Arfos. Nu niet anderszins is gebleken dat hij dat heeft gedaan, is te concluderen dat Arfos het verlangde bewijs niet heeft geleverd.
Onrechtmatig handelen directeur
Tussen partijen is verder in geschil of Arfos, althans haar directeur X, blijkens het door werknemer in het geding gebrachte artikel in Sprout van september 2015, uitlatingen heeft gedaan die onrechtmatig jegens hem zijn. Uit de in het geding zijnde publicatie blijkt dat X werknemer onder meer heeft beschreven als ‘een vreemde snoeshaan’ die na zijn ontslag helemaal doordraaide en op Facebook ‘dreigde langs te komen met een geladen geweer’, die de familie van X en zijn personeel wat zou aandoen en die meldde dat hij ‘een medewerker had doodgeschoten en onderweg was naar de volgende’. Nu niet is komen vast te staan dat werknemer de door X bedoelde mededelingen op Facebook heeft gedaan, is te oordelen dat X zich niet in de zojuist bedoelde zin over werknemer heeft mogen uitlaten. Door dat zonder enig voorbehoud wel te doen, heeft hij zich jegens werknemer onrechtmatig gedragen. Afros wordt veroordeeld om aan werknemer te betalen de schade die hij dientengevolge heeft geleden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.