Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemsters/stichting
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 10 mei 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:4083

werkneemsters/stichting

Besluit overgangsrecht transitievergoeding en gebondenheid cao middels incorporatie.

Feiten

Werkneemsters zijn werkzaam in de thuiszorg. Op de arbeidsovereenkomsten zijn cao’s middels incorporatie van toepassing. De arbeidsovereenkomsten zijn met toestemming van het UWV opgezegd per 1 juni 2016. Werkgever was als lid van Branchebelang Thuiszorg Nederland (hierna: BTN), een van de werkgeversorganisaties die de CAO VVT 2016-2018 is aangegaan, gebonden aan deze cao. Tussen artikel 9.6 en artikel 9.7 van de CAO VVT 2016-2018 staat het volgende: ‘De artikelen 9.7 tot en met 9.16 vervallen per 1 juli 2016. Per 1 juli 2016 geldt de transitievergoedingsregeling VVT die in een aparte CAO transitievergoeding VVT is opgenomen met een looptijd van 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016. Aansluitend aan het aflopen van de CAO Transitievergoeding VVT wordt de tekst van die cao geïncorporeerd in de CAO-VVT als artikel 9.7, dat in werking treedt per 1 januari 2017.’ Werkgever was als lid van BTN, een van de werkgeversorganisaties die de cao transitievergoeding VVT is aangegaan, gebonden aan deze cao. Deze cao is op 14 oktober 2016 tot stand gekomen. Werkneemsters verzoeken betaling van de transitievergoeding. De kantonrechter heeft deze verzoeken afgewezen. De centrale vraag is of het Besluit overgangsrecht transitievergoeding van toepassing is.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt.

Besluit overgangsrecht transitievergoeding en gebondenheid cao

Artikel 2 lid 1 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding bepaalt dat indien de werknemer op grond van tussen de werkgever of verenigingen van werkgevers en verenigingen van werknemers gemaakte afspraken recht heeft op vergoedingen of voorzieningen als bedoeld in artikel XXII lid 7 WWZ, de transitievergoeding niet verschuldigd is, tenzij overeengekomen is dat de werknemer recht heeft op die vergoeding of voorziening, in aanvulling op de transitievergoeding. Artikel 2 lid 4 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding bepaalt dat dit artikel niet van toepassing is, indien de afspraken, bedoeld in het eerste lid, of onderdelen daarvan, na de inwerkingtreding van dit besluit zijn verlengd, gewijzigd of vervallen. Indien de werkgever of verenigingen van werkgevers en verenigingen van werknemers dat overeenkomen, blijft dit artikel, in afwijking van het vierde lid, van toepassing op de onderdelen van de afspraken, bedoeld in het eerste lid, die na de inwerkingtreding van dit besluit niet zijn verlengd, gewijzigd of vervallen (art. 2 lid 5 Besluit overgangsrecht transitievergoeding). In artikel 2 lid 6 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding is bepaald dat dit artikel vervalt met ingang van 1 juli 2016. Tussen partijen is niet in geschil dat de wachtgeldregeling waarin de cao VVT 2014-2016 voorziet als een vergoeding of voorziening als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding kan worden aangemerkt. De vraag of werknemers aan deze cao zijn gebonden wordt aangehouden. Een gebondenheid van werknemers aan de cao transitievergoeding VVT op grond van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen incorporatiebeding kan niet worden aangenomen aangezien de cao-partijen deze cao op 14 oktober 2016 – na het einde van het dienstverband en niet gedurende het dienstverband – zijn aangegaan.