Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 18 mei 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:3579
X/stichting Onderwijsstichting Esprit/Amsterdam Internationaal Community School (AICS), tevens h.o.d.n. Mundus College
Feiten
X heeft in het kader van zijn tweedegraadslerarenopleiding aan de onderwijsinstelling INHOLLAND in januari 2015 een praktijkleerovereenkomst gesloten met INHOLLAND en Mundus (hierna: de overeenkomst), op grond waarvan hij in de periode van 6 januari 2015 tot 7 juli 2015 twee dagen per week Engelse les heeft gegeven aan leerlingen van de ASS-afdeling van het Mundus. Er is geen onkostenvergoeding, reiskostenvergoeding en/of stagevergoeding tussen partijen overeengekomen. X heeft de stage met een onvoldoende afgesloten. In geschil is of er feitelijk sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst tussen partijen en zo ja, of Mundus in dat kader loon aan X verschuldigd is.
Oordeel
In zijn algemeenheid verzet de rechtszekerheid zich ertegen dat de ene overeenkomst (in casu de praktijkleerovereenkomst) geruisloos wordt vervangen door een nieuwe overeenkomst (de arbeidsovereenkomst) met een geheel ander karakter. Partijen zijn er immers bij gediend dat duidelijk is vanaf welk moment die wijziging tot stand komt, zodat zij niet overvallen kunnen worden met niet gewenste of niet voorziene consequenties. Voorts is in dit verband van belang dat volgens vaste jurisprudentie een stageovereenkomst, waarbij de activiteiten van de stagiair overwegend gericht zijn op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring, zulks mede met het oog op de voltooiing van een opleiding, geen arbeidsovereenkomst is. Partijen zijn het erover eens dat X op basis van de tussen hen gesloten praktijkleerovereenkomst met zijn werkzaamheden bij Mundus is begonnen. Het doel van partijen was – hetgeen X ook erkent – het opdoen van ervaring met de praktische toepassing van theoretische kennis. Onderdeel van de stage was dan ook dat X (zelfstandig) les gaf. In de overeenkomst is uitdrukkelijk het aangaan van een arbeidsrelatie uitgesloten. Daarnaast moet worden vastgesteld dat partijen bij het aangaan van hun relatie niet over enige beloning hebben gesproken, hetgeen past bij een stage en maakt dat een arbeidsovereenkomst bij aanvang van de werkzaamheden van X bij Mundus in ieder geval niet kan worden aangenomen, omdat ‘loon’ nu eenmaal een van de essentialia is van een arbeidsovereenkomst. Niet gebleken is dat X tijdens de duur van de overeenkomst zich niet heeft kunnen verenigen met het feit dat er geen stagevergoeding/loon is overeengekomen. Het feit dat X veel lessen zelfstandig heeft gegeven, is ook onvoldoende om het bestaan van een arbeidsrelatie aan te kunnen nemen. Dat Mundus X inroosterde, maakt dit niet anders. De aard van het werk in het onderwijs maakt nu eenmaal dat op basis van een lesrooster gewerkt moet worden. Van het bestaan van een arbeidsovereenkomst is geen sprake geweest. Mundus was X dan ook geen loon verschuldigd, zodat de vordering zal worden afgewezen.