Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 11 april 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:3096
werknemer/Ajilon Engineering B.V.
Feiten
Werknemer vordert schade wegens wijziging van pensioenregeling. De vordering is gegrond op artikel 7:611 BW (schending informatieplicht).
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt.
Verjaring vordering pensioenschade?
De pensioenregeling bij Ajilon is – met terugwerkende kracht – met ingang van 1 januari 1997 gewijzigd. De pensioenopgave per 31 december 2000, die kort na de wijziging van de pensioenregeling is opgesteld, betreft een momentopname en is naar het oordeel van het hof onvoldoende om op grond daarvan te oordelen dat werknemer op dat moment bekend was dat hij schade bij zijn pensionering (te weten op 1 oktober 2024) zou lijden. Werknemer heeft gemotiveerd betwist dat hij jaarlijks pensioenoverzichten van zijn pensioenverzekeraar ontving. Het beroep op verjaring faalt.
Schending informatieplicht
Werknemer verwijt Ajilon dat zij hem in de periode 1997/1998 onvoldoende heeft geïnformeerd wat de nieuwe pensioenregeling – de beschikbare premieregeling – voor hem zou gaan betekenen in vergelijking met de op dat moment voor hem geldende eindloonregeling, met name dat hij substantieel minder pensioen zou gaan opbouwen in de nieuwe regeling, zelfs bij een normaal beleggingsresultaat. Met name heeft Ajilon werknemer niet (deugdelijk) geïnformeerd over de gevolgen van het feit dat de door Ajilon aangeboden en te betalen beschikbare premie niet meesteeg met zijn leeftijd maar statisch bleef op 10%, waardoor hij aanzienlijk minder kapitaal zou opbouwen. Ook heeft Ajilon hem niet (deugdelijk) geïnformeerd met betrekking tot de gevolgen van de gelijkblijvende premie in geval van toekomstige salarisstijgingen. Hoewel Ajilon een bijeenkomst heeft georganiseerd (waarbij werknemer aanwezig was), blijkt uit het verslag van deze bijeenkomst dat onvoldoende op de essentiële onderdelen van de wijziging is ingegaan. Het hof is op grond van de hiervoor vermelde getuigenverklaringen van oordeel dat de informatie die wel tijdens de bijeenkomst is gegeven een momentopname was, dat deze zeer beperkt en onvolledig was en toegespitst was op bepaalde onderwerpen (met name het te behalen rendement op de beleggingen) en voorts dat Ajilon heeft nagelaten cruciale informatie met betrekking tot de opbouw van de pensioenrechten op langere termijn te verstrekken. Bij het voorgaande onderkent het hof dat een voorlichting op langere termijn niet tot in detail kan worden uitgewerkt, maar hetgeen Ajilon in dit geval heeft gepresenteerd is naar het oordeel van het hof onder de maat geweest. In zoverre bevestigen de getuigenverklaringen de gebrekkige informatieverstrekking tijdens de voorlichtingsbijeenkomst, zoals vastgelegd in het verslag van die bijeenkomst. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is het hof van oordeel dat Ajilon tekortgeschoten is in de op haar op grond van artikel 7:611 BW rustende verplichting zich als goed werkgeefster te gedragen door werknemer op deugdelijke wijze te informeren over de verschillen tussen de oude en de nieuwe pensioenregeling zodat hij op de hoogte was van het feit dat hij met de nieuwe pensioenregeling substantieel minder pensioen zou opbouwen, onafhankelijk van de beleggingsresultaten. Aangezien Ajilon niet, althans niet voldoende gemotiveerd heeft betwist dat werknemer als gevolg hiervan schade heeft geleden tot het door hem gevorderde bedrag van € 29.564, zal het hof de vordering van werknemer tot dit bedrag toewijzen.