Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Bikkel Bikes B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 28 juni 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:6090

werknemer/Bikkel Bikes B.V.

Vordering tot betaling (volledige) transitievergoeding is na verstrijken vervaltermijn ingediend. Afwijzing vordering uitbetaling overuren en seniorenuren.

Feiten

Werknemer is van 1 mei 2011 tot 1 juni 2016 in dienst geweest van Bikkel Bikes in de functie van Salesmanager/Logistiek medewerker. Bikkel Bikes heeft het dienstverband na verkregen toestemming van het UWV van 1 april 2016 opgezegd met ingang van 1 juni 2016. Bikkel Bikes heeft een bedrag van € 2629 bruto aan transitievergoeding uitbetaald. Bij de berekening van de transitievergoeding is Bikkel Bikes uitgegaan van de toepasselijkheid van de overbruggingsregeling voor kleine bedrijven. Werknemer vordert betaling van niet-betaalde transitievergoeding, overuren en seniorenuren.

Oordeel

Transitievergoeding: vervaltermijn verstreken

De transitievergoeding is geregeld in artikel 7:673 BW en is ondergebracht in afdeling 9. Werknemer had zijn vordering dus middels een verzoekschriftprocedure aanhangig moeten maken. Voor verwijzing naar de verzoekschriftprocedure acht de kantonrechter geen plaats, nu in artikel 7:686a lid 4 onderdeel b BW is bepaald dat het verzoek op grond van artikel 7:673 BW moet worden ingediend binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. De dagvaarding is na het verstrijken van de vervaltermijn uitgebracht.

Overuren en seniorenuren

De kantonrechter stelt vast dat werknemer niet betwist dat hij gedurende het dienstverband nooit een urenverantwoording heeft ingediend. Hij betwist evenmin dat Bikkel Bikes hem regelmatig heeft verzocht een urenverantwoording in te dienen en dat hij pas voor het eerst – bij brief van zijn gemachtigde van 8 september 2016 – een lijstje met overuren aan Bikkel Bikes heeft verstrekt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer zijn recht op uitbetaling van overuren echter niet verwerkt, ondanks het feit dat hij zich niet aan de indieningstermijn uit artikel 7 van de arbeidsovereenkomst heeft gehouden. Als niet dan wel onvoldoende weersproken staat vast dat Bikkel Bikes in februari 2015, april 2015, juli 2015 en oktober 2015 overuren aan werknemer heeft uitbetaald. Bij gebreke van een deugdelijke inhoudelijke betwisting van de (resterende) overuren, zal de vordering van werknemer dan ook worden toegewezen, en wel tot een bedrag van € 4704,75 bruto. De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 13 van de arbeidsovereenkomst volgt dat de cao voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf op de arbeidsovereenkomst van toepassing is. Beide partijen gaan echter uit van de toepasselijkheid van de cao Kleinmetaal/metaalbewerkingsbedrijf en zijn het erover eens dat werknemer ingevolge die cao recht heeft op 24 seniorenuren per jaar (12 seniorenuren per halfjaar). Uit artikel 51 lid 1 sub a cao Kleinmetaal volgt dat enkel werknemers die op 30 juni respectievelijk 31 december van het lopende jaar ten minste zes maanden onafgebroken in dienst van de werkgever zijn, extra vakantierechten – de zogenaamde seniorenuren – verwerven. Nu aan het dienstverband van werknemer op 1 juni 2016 een einde is gekomen, kwam hij in 2016 niet in aanmerking voor seniorenuren. De gevorderde seniorenuren over 2016 zullen daarom worden afgewezen. Bikkel Bikes heeft in haar conclusie van antwoord toegelicht dat zij in 2016 bij de verwerking en uitbetaling van vakantiedagen rekening heeft gehouden met 24 seniorenuren die werknemer heeft meegenomen uit 2015. Deze toelichting heeft werknemer vervolgens niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist. Ook ten aanzien van 2015 zullen de gevorderde seniorenuren worden afgewezen.