Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Benu Apotheken B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 26 juni 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:6026

werkneemster/Benu Apotheken B.V.

Ontslag op staande voet apothekersassistente wegens diefstal van geld rechtsgeldig. Onvoldoende komen vast te staan dat werkneemster lijdt aan kleptomanie.

Feiten

Werkneemster is op 22 maart 1993 bij (een rechtsvoorganger van) BENU in dienst getreden en vervulde laatstelijk de functie van apothekersassistente. Zij is op 21 februari 2017 op staande voet ontslagen wegens diefstal van geld. Werkneemster verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet.

Oordeel

Vast staat dat diefstal een in de wet gekwalificeerde dringende reden is conform artikel 7:678 lid 2 onderdeel d BW. Werkneemster stelt dat geen sprake is van een dringende reden, nu haar deze niet toegerekend kan worden omdat zij lijdt aan kleptomanie. Ter onderbouwing van dit standpunt is een brief van de huisarts overgelegd. De kantonrechter is van oordeel dat werkneemster onvoldoende onderbouwd gesteld heeft dat sprake is van kleptomanie. De brief van de huisarts verwijst naar één enkele situatie in het verleden, waarvan werkneemster ter zitting nader heeft toegelicht dat zij in het verleden eenmaal binnen familiaire kringen iets gestolen heeft. Werkneemster was voorts niet in staat om enige andere handvatten aan te reiken waaruit zou blijken dat zij aan kleptomanie lijdt. Gelet op het voorgaande, is de kantonrechter met BENU van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat werkneemster lijdt aan kleptomanie. Voldoende is komen vast te staan dat sprake is van een continu, maar zorgvuldig, handelen van BENU om alle feiten en omstandigheden in kaart te brengen alvorens het ontslag op staande voet is gegeven. Het ontslag is werkneemster onverwijld medegedeeld. Daarnaast is sprake van een dringende reden. De subsidiair gevorderde billijke vergoeding, de transitievergoeding en de vergoeding op grond van onregelmatige opzegging missen, gelet op het voorgaande, een grondslag en worden afgewezen. Nu werkneemster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, heeft zij geen recht op de transitievergoeding.