Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 14 april 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:4521
werknemer/Lebara B.V. c.s.
Feiten
Op 20 oktober 2014 is werknemer, die in loondienst is bij Lebara, betrokken geraakt bij een bedrijfsongeval waarbij hij van een ladder is gevallen en een calcaneusfractuur aan zijn linkervoet heeft opgelopen. De Arbeidsinspectie heeft in haar rapport van 20 februari 2015 vastgesteld dat er sprake is geweest van overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet. Goudse heeft namens Lebara aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW erkend. Op gezamenlijk verzoek is op 23 november 2016 Liberty Expertise ingeschakeld om de omvang van de schadepost verlies aan zelfwerkzaamheid te begroten. Goudse heeft tot op heden een voorschot onder algemene titel ad € 10.000 en een voorschot aan smartengeld ad € 5000 aan werknemer uitgekeerd. Op 23 januari 2017 heeft Liberty een rapport uitgebracht. In dit rapport worden de kosten rondom de verhuizing van werknemer, in het geval werknemer deze vanwege gebrek aan zelfredzaamheid door derden zal laten uitvoeren, geschat op € 3955. Bij brief van 27 januari 2017 heeft Goudse aan bedrijf 1 aangegeven dat er twijfels bestaan over de juiste opgave van de schadeposten en het (medisch) causale verband tussen de beperkingen van werknemer en het ongeval ter discussie gesteld. Goudse heeft aangegeven dat nadere bevoorschotting zal worden opgeschort tot er meer duidelijkheid is over de medische causaliteit. Werknemer vordert – samengevat – een voorschot op de schadevergoeding en een voorschot op de buitengerechtelijke kosten.
Oordeel
Werknemer grondt zijn vorderingen op werkgeversaansprakelijkheid (van Lebara) ingevolge artikel 7:658 BW in samenhang met de directe actie bij aansprakelijkheidsverzekering ingevolge artikel 7:954 BW. Vast staat dat Goudse de aansprakelijkheid heeft erkend voor de door werknemer ten gevolge van het bedrijfsongeval geleden en te lijden schade. Er is sprake van een schuldaansprakelijkheid. Goudse heeft tegen de vordering aangevoerd dat zij inmiddels genoeg en naar haar oordeel zelfs een te hoog bedrag aan voorschotten aan werknemer heeft verstrekt. Om het causaal verband tussen de klachten en beperkingen van werknemer en het bedrijfsongeval vast te kunnen stellen is er dan ook nadere orthopedische expertise noodzakelijk. Uit de overgelegde medische stukken blijkt dat er sprake is van ernstig letsel en een langdurig genezingsproces. Een eindtoestand is nog niet bereikt. Nu de impasse over de stopzetting van de bevoorschotting reeds enkele maanden bestaat, is het de kantonrechter niet duidelijk waarom de orthopedische expertise niet reeds door Goudse is aangevraagd. Naar voorlopig oordeel van de kantonrechter is het niet gerechtvaardigd dat Goudse de bevoorschotting stopt in afwachting van de uitkomst van de orthopedische expertise. Nu uit het rapport van Liberty blijkt dat de zelfredzaamheid van werknemer door de gevolgen van het ongeval sterk verminderd is, is er aanleiding om Lebara te veroordelen tot het betalen van een voorschot hiervoor in het kader van de aanstaande verhuizing van werknemer. Omdat niet kan worden uitgesloten dat er (enig) medisch causaal verband bestaat met het pre-existente enkelletsel, noopt dit de kantonrechter, zeker in kort geding, echter tot terughoudendheid. Gelet op al het voorstaande zal de kantonrechter voor de hoogte van het toe te wijzen voorschot aanknopen bij hetgeen Liberty in haar rapport als schadepost met betrekking tot gebrek aan zelfredzaamheid heeft begroot. Dit betekent dat de kantonrechter een bedrag van € 4000 ten titel van voorschot in dit kader zal toewijzen, zulks ter verrekening met het uiteindelijk aan werknemer toe te wijzen schadebedrag. De vordering tot betaling van een voorschot in het kader van huishoudelijke hulp zal in het kader van dit kort geding niet worden toegewezen, nu werknemer niet heeft aangetoond ter zake reeds kosten te hebben gemaakt en hij in het kader van deze procedure onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij deze schade thans lijdt of binnenkort zal gaan lijden.