Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 3 juli 2017
ECLI:NL:RBNHO:2017:5413
werkneemster/Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland
Feiten
Werkneemster is op 1 oktober 1998 in dienst getreden bij Woonwaard. De laatste functie die zij vervulde, is die van medewerkster van de afdeling Klant Contact Centrum. Op 6 oktober 2016 heeft een tweetal incidenten plaatsgevonden tussen werkneemster en haar leidinggevende. In een brief van 10 oktober 2016 heeft Woonwaard aan werkneemster meegedeeld dat zij wordt vrijgesteld van werk. Werkneemster vordert bij wijze van voorlopige voorziening wedertewerkstelling binnen twee dagen na betekening van het vonnis. Aan de vordering legt werkneemster ten grondslag dat er onvoldoende gronden bestaan voor de vrijstelling van haar werk.
Oordeel
In een eerder genomen beschikking heeft de kantonrechter geoordeeld dat het verzoek van Woonwaard om ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden afgewezen. Dat betekent dat werkneemster in beginsel aanspraak kan maken op feitelijke tewerkstelling en werkhervatting. Echter, de kantonrechter heeft in eerdergenoemde beschikking ook overwogen dat de afwijzing van de verzochte ontbinding nog niet betekent dat de problemen tussen partijen als sneeuw voor de zon zijn verdwenen, dat er nog het nodige moet gebeuren om werkhervatting mogelijk en tot een succes te maken, waartoe onder meer aan de orde kunnen komen gesprekken, een verbetertraject, een coachingstraject, (hernieuwde) mediation en mogelijk herplaatsing. Gelet daarop zal de kantonrechter de vordering toewijzen, in die zin, dat Woonwaard werkneemster uiterlijk drie maanden na de betekening van dit vonnis moet toelaten tot het verrichten van de bedongen werkzaamheden.