Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemsters/SOS-Lapsikylä ry
Hof van Justitie van de Europese Unie, 26 juli 2017
ECLI:EU:C:2017:617

werkneemsters/SOS-Lapsikylä ry

Vervangouders verrichten geen werk dat onder artikel 17 Arbeidstijdenrichtlijn (uitzondering op arbeidstijd wegens arbeidskracht in familieverband of grote autonomie) valt, zodat de bescherming van de Arbeidstijdenwet onverkort geldt.

Feiten

SOS-Lapsikylä ry is een kinderbeschermingsorganisatie. Zij organiseert voor de kinderen die zij opvangt, huisvesting die zo veel mogelijk een gezinssituatie benadert in zeven kinderdorpen die elk uit meerdere kinderdorphuizen bestaan. Het personeel van de kinderdorpen bestaat uit een directeur, ‘vervangouders’, ‘vervangers van vervangouders’ en andere personeelsleden.Verzoeksters in het hoofdgeding waren tot in 2009 en sommigen onder hen tot in 2010 door SOS-Lapsikylä ry tewerkgesteld als vervangers van vervangouders. Als vervangers van de vervangouders tijdens de afwezigheid van die laatsten (wegens vrije dagen, jaarlijkse vakantie of ziekte) hebben verzoeksters in het hoofdgeding samen met de kinderen geleefd en zelfstandig voor het kinderdorphuis en voor de opvoeding van en de zorg voor de inwonende minderjarigen ingestaan, met name door voor de inkopen te zorgen en de kinderen buiten het kinderdorp te begeleiden. Zij hebben zich tot de Etelä-Savon käräjäoikeus (rechter in eerste aanleg van Zuid-Savo, Finland) gewend met een verzoek om vast te stellen dat hun werkzaamheden ten dienste van SOS-Lapsikylä ry ‘arbeid’ in de zin van § 1 van de wet inzake de arbeidstijd vormde en laatstgenoemde te veroordelen tot betaling van de vergoedingen die op grond van die wet en de collectieve arbeidsovereenkomst voor de jaren 2006‑2009 verschuldigd waren voor overwerk of werk dat in de avond, nacht of in het weekend is verricht. Hoewel de verwijzende rechter zich bewust is van het feit dat Richtlijn 2003/88 niet van toepassing is op het loon van de werknemer, behoudens op het gebied van de jaarlijkse vakantie met behoud van loon, is hij van mening dat de oplossing van het bij hem aanhangige geschil de uitlegging van deze richtlijn behoeft. Het recht op de in de wet inzake de arbeidstijd bepaalde toelagen is immers afhankelijk van de vraag of deze wet, die ook de arbeids‑ en rusttijden regelt, op het onderhavige geval van toepassing is.

Oordeel

Het Hof van Justitie EU oordeelt als volgt.

Vervangouders verrichten geen werk dat onder artikel 17 Arbeidstijdenrichtlijn valt, zodat de bescherming van de Arbeidstijdenwet onverkort geldt

Op grond van artikel 17 richtlijn mogen de lidstaten onder bepaalde omstandigheden van de artikelen 3 tot en met 6, 8 en 16 van die richtlijn afwijken, wanneer de duur van de arbeidstijd wegens de bijzondere kenmerken van de verrichte werkzaamheid niet wordt gemeten en/of vooraf bepaald, of door de werknemers zelf kan worden bepaald. Zoals de advocaat-generaal erop heeft gewezen in punt 68 van zijn conclusie, moet de verwijzende rechter bij zijn concrete beoordeling van de omstandigheden van de zaak rekening houden met het feit dat de arbeidstijd van een vervanger van een vervangouder in ruime mate vooraf wordt bepaald door de arbeidsovereenkomst die hij met zijn werkgever heeft, aangezien het aantal perioden van 24 uur dat hij jaarlijks moet presteren, contractueel is vastgelegd. Deze rechter moet ook rekening houden met het feit dat bedoelde werkgever van tevoren een lijst opstelt waarin met geregelde intervallen perioden van 24 uur zijn vermeld waarin de vervanger van de vervangouder met de leiding van een kinderdorphuis is belast. Dit in aanmerking nemend, kan niet worden gesteld dat de arbeidstijd van de vervangers van vervangouders, in zijn geheel beschouwd, wegens de bijzondere kenmerken van de verrichte werkzaamheid niet wordt gemeten en/of vooraf bepaald, of dat die door de vervanger van de vervangouder zelf kan worden bepaald. Het staat aan de verwijzende rechter om dit na te gaan. Gezien de aan het Hof ter beschikking staande gegevens, wordt aan die vaststelling niet afgedaan door het feit dat de vervangers van de vervangouders tijdens de perioden waarin zij de leiding over een kinderdorphuis hebben, over een zekere autonomie op het gebied van hun tijdsbesteding beschikken en meer in het bijzonder bij de indeling van hun dagelijkse taken, hun verplaatsingen en de perioden waarin zij geen arbeid verrichten, waarop de werkgever in de praktijk ook geen toezicht houdt. In de tweede plaats is de mogelijkheid voor de vervangers van vervangouders om binnen bepaalde grenzen zelf te beslissen wanneer zij in de loop van de periode van 24 uur waarin zij de leiding over een kinderdorphuis hebben geen werkzaamheden verrichten, volgens de beschrijving die de verwijzende rechter daarvan heeft gegeven, niet zodanig dat zij daardoor geheel vrij het aantal uren kunnen bepalen dat zij binnen die perioden werken. Eventuele perioden van inactiviteit die zich kunnen voordoen in de loop van de periode van 24 uur waarin de vervanger van de vervangouder de leiding over het kinderdorphuis heeft, vallen dan ook onder de uitoefening van de functie van die werknemer en vormen dus arbeidstijd, wanneer de vervanger van de vervangouder fysiek aanwezig moet zijn op de door de werkgever bepaalde plaats en zich er tot diens beschikking moet houden teneinde zo nodig onmiddellijk de adequate prestaties te kunnen verlenen (zie in die zin arrest van 1 december 2005, C-14/04, ECLI:EU:C:2005:728, punt 48 (Dellas e.a.), en beschikking van 11 januari 2007, C-437/05, ECLI:EU:C:2007:23, punt 28 (Vorel)). Gelet op een en ander moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 17 lid 1 van Richtlijn 2003/88 in die zin moet worden uitgelegd dat het niet van toepassing kan zijn op arbeid in loondienst als die in het hoofdgeding, die erin bestaat dat, ter vervanging van de primair daarmee belaste persoon, kinderen worden opgevangen in omstandigheden als in een gezinsomgeving, wanneer niet vaststaat dat de duur van de arbeidstijd, in zijn geheel, niet wordt gemeten en/of vooraf bepaald of dat de werknemer die zelf kan bepalen.