Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Ceder Groep/werkneemster
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 3 augustus 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:5587

Stichting Ceder Groep/werkneemster

UWV oordeelt dat Ceder groep als werkgever ernstig in gebreke blijft met betrekking tot de re-integratie-inspanningen. Door zeer kort daarop een ontbindingsverzoek wegens disfunctioneren dan wel verstoorde arbeidsrelatie in te dienen, handelt Ceder groep in strijd met goed werkgeverschap.

Feiten

Werkneemster is in dienst van Ceder groep. Op 30 september 2016 heeft werkneemster zich ziek gemeld en per 9 december is zij volledig hersteld gemeld. Met ingang van 9 januari 2017 heeft werkneemster zich opnieuw ziek gemeld. Per 27 februari 2017 is werkneemster deels gestart met het verrichten van werkzaamheden. Het UWV heeft op 15 mei 2017 een deskundigenoordeel gegeven en onder meer geoordeeld dat in strijd met de Wet Poortwachter geen Probleemanalyse of Plan van Aanpak is opgesteld, waardoor Ceder groep als werkgever ernstig in gebreke blijft met betrekking tot de re-integratie-inspanningen die in redelijkheid en billijkheid van werkgever mogen worden verwacht. Ceder groep verzoekt de arbeidsovereenkomst met werkneemster te ontbinden primair op basis van de d-grond en subsidiair op basis van de g-grond. Ceder groep stelt onder meer dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met de ziekte van werkneemster. Ceder groep betwist dat zij zich onvoldoende heeft ingespannen bij de re-integratie. Daarbij is de opstelling van werkneemster juist het probleem. Werkneemster voert gemotiveerd verweer en verzoekt onder meer Ceder groep te veroordelen om haar weer te werk te stellen.

Oordeel

De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een opzegverbod, omdat werkneemster ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid wegens ziekte. Gelet op artikel 7:671b lid 6 BW staat dit opzegverbod in de weg aan ontbinding, indien het verzoek verbandhoudt met de ziekte van werkneemster. Dat is in deze zaak het geval. Het had op de weg van Ceder groep als goed handelend werkgever gelegen om naar aanleiding van de conclusie van het Deskundigenoordeel van het UWV, waarin het UWV concludeert dat Ceder groep ernstig in gebreke blijft bij de re-integratie, eerst bij zichzelf te rade te gaan, alvorens een ontbindingsverzoek in te dienen. Door niettemin zeer kort daarop een ontbindingsverzoek in te dienen, handelt Ceder groep in strijd met de bedoeling van de wetgever dat een werknemer zo veel mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld om gedurende de eerste twee jaar ziekte zo veel mogelijk bij de eigen werkgever dan wel in het tweede spoor te re-integreren. Door in te zetten op disfunctioneren van werkneemster dan wel een verstoring van de arbeidsrelatie, onttrekt Ceder groep zich ten onrechte aan deze op haar als goed werkgever rustende verplichting. Daarbij is het overigens de vraag of hetgeen Ceder groep thans aan het ontbindingsverzoek ten grondslag legt voldoende is om te spreken van een voldragen ontbindingsgrond als bedoeld in artikel 7:669 BW. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is derhalve niet toewijsbaar. Het tegenverzoek van werkneemster tot tewerkstelling althans re-integratie in haar functie is toewijsbaar.