Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 10 augustus 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:9969
werknemer/werkgever
Feiten
Werknemer is in dienst geweest bij werkgever in de functie van Avond Weekend Nachthoofd. De arbeidsovereenkomst is met wederzijds goedvinden per 1 februari 2014 beëindigd. De door middel van de vaststellingsovereenkomst tussen partijen tot stand gekomen afspraken hebben betrekking op de afwikkeling van alle op het moment van ontbinding bestaande vorderingen en schulden. De vaststellingsovereenkomst omvat een finaal kwijtingsbeding dat geldt na naleving van deze afspraken. Werknemer vordert betaling van de onregelmatigheidstoeslag tijdens zijn vakantie in de jaren 2010 tot en met 2014. Werknemer heeft gesteld dat hij er tijdens de onderhandelingen niet van op de hoogte was dat er onregelmatigheidstoeslag betaald diende te worden over de vakantie-uren. Dat is pas in 2014 bekend geworden en zodoende kan dit niet vallen onder de finale kwijting.
Oordeel
Vaststaat dat werknemer bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst juridische hulp heeft gehad. Uit de correspondentie blijkt dat er is onderhandeld over de onregelmatigheidstoeslag voor de maanden die werknemer nog uitbetaald kreeg. Er is nergens een voorbehoud gemaakt voor wat betreft eventuele toekomstige uitbetaling van de onregelmatigheidstoeslag. Met het tekenen van een vaststellingsovereenkomst mocht werkgever er op grond van de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen finale kwijting van uitgaan dat er, behoudens de in de vaststellingsovereenkomst gemaakte afspraken, geen verdere verplichtingen jegens werknemer meer zouden bestaan. Gelet op het voorgaande zal de vordering dan ook worden afgewezen.