Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer c.s./Balans c.s.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 5 september 2017
ECLI:NL:RBNHO:2017:7429

werknemer c.s./Balans c.s.

Gedeeltelijke schorsing concurrentiebedingen ex artikel 7:653 BW.

Feiten

Op 5 juni 2000 is werkneemster X bij Balans in dienst getreden in de functie van Operationeel Manager. Balans is een onderneming die zich bezighoudt met interieurreiniging van gebouwen. Op 15 juli 2016 hebben werkneemster X en Balans een beëindigingsovereenkomst getekend, waarbij is afgesproken dat de arbeidsovereenkomst op 15 oktober 2016 eindigt. Op 16 mei 2011 is werknemer Y bij Balans in dienst getreden in de functie van Office- en HR-Manager. Bij brief van 19 september 2016 heeft werknemer Y de arbeidsovereenkomst met Balans opgezegd tegen 1 november 2016. Op 1 november 2016 hebben werkneemster X en werknemer Y de VOF E&B Facilitair opgericht. Deze vennootschap houdt zich (eveneens) bezig met interieurreiniging van gebouwen. Op 17 januari 2017 heeft de voorzieningenrechter Alkmaar aan Balans c.s. verlof verleend om conservatoir bewijsbeslag te leggen ten laste van werkneemster X en werknemer Y. Balans c.s. hebben op 9 februari 2017 dit beslag gelegd. Op 2 juni 2017 hebben Balans c.s. conservatoir derdenbeslag doen leggen op twee bankrekeningen van werknemer Y en één bankrekening van werkneemster X. Onderwerp van dit geschil is de vraag of er aanleiding is de concurrentiebedingen zoals die gelden voor werknemer Y en werkneemster X te matigen of geheel of gedeeltelijk te schorsen.

Oordeel

Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter worden werknemer Y en werkneemster X, in verhouding tot het te beschermen belang van Balans, door beide bedingen onbillijk benadeeld, om de volgende redenen in onderlinge samenhang bezien. Voor de beantwoording van de vraag of het concurrentie- en relatiebeding dient te worden nagekomen dan wel te worden opgeschort, dient een belangenafweging plaats te vinden. De kantonrechter stelt voorop dat Balans dit criterium niet of nauwelijks concreet heeft ingevuld of onderbouwd ten aanzien van haar onderneming. Daarmee miskent Balans dat het op haar weg ligt als verweerder haar belangen bij volledige handhaving van de bedingen te onderbouwen. De kantonrechter overweegt dat gesteld noch gebleken is dat Balans gedurende het dienstverband op enige manier heeft geïnvesteerd in het opleiden van werknemer Y of werkneemster X. Voorts is van belang dat werkneemster X en werknemer Y onbetwist hebben aangevoerd dat geen sprake is van bijzonder concurrentiegevoelige informatie of van specialistische kennis in deze branche van interieurreiniging van bedrijven. De kantonrechter is van oordeel dat de looptijd van een jaar van het concurrentiebeding van werkneemster X in redelijke verhouding staat tot de duur van haar dienstverband, mede gezien het feit zij in een commerciële functie heeft gewerkt. De kantonrechter zal in het kader van dit kort geding dan ook niet overgaan tot een schorsing van de duur van dit beding. Voor werknemer Y is dat anders. Het concurrentiebeding voor werkneemster X loopt af op 15 oktober 2017, terwijl het beding voor werknemer Y nog een jaar langer zou voortduren. Dit bevreemdt aangezien door Balans c.s. niet is betwist dat de functie die werkneemster X vervulde een veel grotere commerciële component had dan de functie die werknemer Y vervulde. Verder was zij veel langer in dienst en is haar concurrentiebeding bij haar vertrek opnieuw overeengekomen en geformuleerd en beperkt tot één jaar. Dit betekent dat de kantonrechter het concurrentiebeding van werknemer Y met ingang van 15 oktober 2017 zal schorsen, aangezien Balans onvoldoende heeft onderbouwd waarom dit langer dan een jaar zou moeten gelden om haar bedrijfsdebiet voldoende te beschermen. Vervolgens komt de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding aan de orde. Mede gezien het feit dat voor werknemer Y en werkneemster X ook een relatiebeding geldt in die zin dat zij gedurende één jaar niet mogen werken voor de klanten van Balans, is de kantonrechter van oordeel dat Balans onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een straal van 50 kilometer noodzakelijk is om haar bedrijfsdebiet te beschermen. De kantonrechter zal de concurrentiebedingen dan ook schorsen voor zover zij zich verder uitstrekken dan tot een straal van 25 kilometer rondom Sint Pancras.