Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/KLM Catering Services Schiphol B.V.
Rechtbank Noord-Holland, 6 september 2017

werknemer/KLM Catering Services Schiphol B.V.

Geen kennelijk onredelijk ontslag. Nu KCS geen verwijt kan worden gemaakt voor het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid en ook niet van het voortduren hiervan, en ook geen passende arbeid voor werknemer heeft, valt niet in te zien waarom het ontslag om een andere reden kennelijk onredelijk moet worden geacht.

Feiten

Werknemer is sinds 3 juli 2000 in dienst getreden van KCS als chauffeur/belader. Op 29 januari 2010 is werknemer ten val gekomen tijdens zijn werkzaamheden. Na een scan is gebleken dat er een scheur in het voetgewricht zat. Eind mei 2010 kreeg werknemer te horen dat er sprake was van posttraumatische dystrofie in zijn linkervoet. In een rapport van 2 juli 2013 van het arbeidsdeskundig onderzoek is het arbeidsongeschiktheidspercentage voor werknemer vastgesteld op 100%. Op 2 juni 2015 is door werknemer een ontslagvergunning aangevraagd om het dienstverband met werknemer te beëindigen. KCS heeft na de verkregen ontslagvergunning het dienstverband met werknemer per 30 november 2015 beëindigd. KCS heeft het verzoek van werknemer tot betaling van een transitievergoeding afgewezen, nu zij de toestemming voor de opzegging voor 1 juli 2015 heeft aangevraagd. Werknemer vordert in onderhavige procedure onder meer voor recht te verklaren dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst door KCS als kennelijk onredelijk in de zin van artikel 7:681 (oud) BW dient te worden beschouwd en toekenning van een schadevergoeding van € 83.231,28 netto.

Werknemer baseert zijn vordering op het gevolgencriterium.

Oordeel

In onderhavige zaak behoort mede tot de omstandigheid of, en zo ja in welke mate, de werkgever een verwijt kan worden gemaakt van het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid. Voor het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid en het voortduren daarvan treft KCS naar het oordeel van de kantonrechter geen verwijt. De kantonrechter heeft in een andere zaak immers geoordeeld dat KCS niet tekort is geschoten in haar zorgplicht en dat zij voor de schadelijke gevolgen van het ongeval niet aansprakelijk kan worden gehouden. Dat KCS door het niet volledig voldoen aan haar re-integratieverplichtingen werknemer ernstig zou hebben belemmerd in zijn mogelijkheden om ander passend werk te vinden, volgt naar het oordeel van de kantonrechter niet zonder meer uit hetgeen werknemer naar voren heeft gebracht. De keuze van KCS om de arbeidsovereenkomst op te zeggen is begrijpelijk nu werknemer als gevolg van zijn arbeidsongeschiktheid langdurig niet in staat is geweest om de bedongen werkzaamheden te verrichten, geheel of gedeeltelijk herstel binnen redelijke termijn niet te verwachten viel en KCS geen mogelijkheid had om werknemer binnen haar organisatie te herplaatsen. Gelet op hetgeen is overwogen en onder meer voornoemde omstandigheden in onderlinge samenhang in aanmerking nemend is de kantonrechter van oordeel dat de opzegging – gelet op de gevolgen voor werknemer – niet kennelijk onredelijk is geschied. De kantonrechter neemt hierbij als uitgangspunt dat de enkele omstandigheid dat werknemer na een langdurig dienstverband wegens arbeidsongeschiktheid wordt ontslagen op zichzelf geen grond oplevert voor het toekennen van een vergoeding. Nu KCS geen verwijt kan worden gemaakt voor het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid en ook niet van het voortduren hiervan, en ook geen passende arbeid voor werknemer heeft, valt niet in te zien waarom het ontslag om een andere reden kennelijk onredelijk moet worden geacht. De verklaring voor recht en gevorderde schadevergoeding worden dan ook afgewezen.

  • Instantie: Rechtbank Noord-Holland
  • Datum uitspraak: 06-09-2017
  • Roepnaam: werknemer/KLM Catering Services Schiphol B.V.
  • Zaaknummer: 51133773/ CV EXPL 16-5279
  • Nummer: AR-2017-1101