Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 13 september 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:8906
werkneemster/Stichting Koraal Groep
Feiten
Werkneemster is ziek geworden. Haar werkgever, de Koraal Groep, is eigenrisicodrager. Werkneemster vordert (1) een verklaring voor recht dat er een tweede dienstverband met de Koraal Groep is ontstaan en (2) dat de Koraal Groep gehouden is om aan haar een uitkering krachtens de Ziektewet te doen toekomen. Koraal Groep heeft gesteld dat de kantonrechter onbevoegd is om van de vordering van werkneemster kennis te nemen. Daartoe heeft zij voor wat betreft de vordering tot verklaring voor recht erop gewezen dat het tot de exclusieve bevoegdheid van het UWV en, indien hierover een geschil bestaat, de bestuursrechter hoort om te (be)oordelen of er sprake is van een tweede dienstverband. Bovendien is het toekennen of afwijzen van een ziektewetuitkering eveneens een bestuursrechtelijke aangelegenheid, zodat de kantonrechter ook ten aanzien van het onder 2 gevorderde niet bevoegd is om daarvan kennis te nemen.
Oordeel
Door Koraal Groep is onbetwist gesteld dat de bestuursrechtelijke beantwoording van de vraag of sprake is van een dienstbetrekking in de zin van de Ziektewet anders is dan de civielrechtelijke beoordeling. Werkneemster beroept zich in de hoofdzaak enkel op bepalingen uit de Ziektewet. Behalve een oordeel over de vraag of er een tweede dienstverband tussen partijen is ontstaan, vordert werkneemster in deze procedure een veroordeling van Koraal Groep om aan haar een uitkering krachtens de Ziektewet toe te kennen. Het toetsen aan bestuursrechtelijke wetten is een bevoegdheid die is voorbehouden aan het bestuursorgaan en – indien over de uitkomst van die toets discussie bestaat – de bestuursrechter. De omstandigheid dat Koraal Groep eigenrisicodrager is, doet aan het vorenstaande niets af. Ook dat is een bestuursrechtelijke aangelegenheid en indien Koraal Groep haar verplichtingen zou veronachtzamen dient werkneemster zich te wenden tot het bevoegde bestuursorgaan. Nu werkneemster bovendien ook geen vordering heeft ingediend ter verkrijging van een vervangende schadevergoeding, hetgeen bij uitstek een civiele vordering betreft, is de slotsom van al het voorgaande dat de kantonrechter zich niet bevoegd acht om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen.