Naar boven ↑

Rechtspraak

Minister for Justice and Equality e.a./Workplace Relations Commission e.a.

Unierecht (in het bijzonder voorrang van het Unierecht) verzet zich tegen (Ierse) nationale regeling waarbij een commissie voor arbeidsverhoudingen bij wet is ingesteld om het beginsel van gelijke behandeling in arbeid en beroep te waarborgen, maar niet bevoegd is om een bepaling van nationaal recht die in strijd is met het Unierecht buiten toepassing te laten.

Feiten

Ronald Boyle en twee andere personen (hierna: 'Boyle e.a.') zijn uitgesloten van de procedure tot aanwerving van nieuwe agenten bij de An Garda Siocháina (Ierse nationale politie) omdat ze ouder zijn dan volgens de regeling aanwerving en benoeming is toegestaan. Boyle e.a. hebben aangevoerd dat de leeftijdsbeperking voor de aanwerving van agenten bij de nationale politie neerkomt op ongeoorloofde discriminatie in de zin van Richtlijn 2000/78/EG en de Ierse wettelijke bepalingen ter omzetting daarvan. Volgens het Ierse recht is er, zoals uitgelegd door de Supreme Court, een bevoegdheidsverdeling tussen de krachtens het nationale recht ingestelde gerechten en de commissie voor arbeidsverhoudingen. Deze Commissie is bevoegd om te oordelen op beroepen tegen maatregelen of besluiten waarvan wordt aangevoerd dat zij in strijd zijn met Richtlijn 2000/78/EG en de wetten inzake gelijke behandeling, en de High Court is bevoegd in zaken waarin de gegrondverklaring van een dergelijk beroep zou vereisen dat een bepaling van nationaal recht die in strijd is met het Unierecht buiten toepassing wordt gelaten of nietig wordt verklaard. Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of het Unierecht en in het bijzonder het beginsel van voorrang van het Unierecht, aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling volgens welke een nationaal orgaan dat bij wet is ingesteld om de handhaving van het Unierecht op een specifiek gebied te waarborgen, niet bevoegd is om een bepaling van nationaal recht die in strijd is met het Unierecht buiten toepassing te laten.

Oordeel

Uit de aan het Hof verstrekte gegevens blijkt dat de commissie voor arbeidsverhoudingen een orgaan is dat door de Ierse wetgever is ingesteld om te voldoen aan de krachtens artikel 9 van Richtlijn 2000/78/EG op Ierland rustende verplichting. In deze context vereist het beginsel van voorrang van het Unierecht dat de commissie voor arbeidsverhoudingen, als orgaan waaraan door de nationale wetgever de bevoegdheid is toebedeeld om de toepassing te waarborgen van het beginsel van gelijke behandeling in arbeid en beroep, zoals nader uitgewerkt in Richtlijn 2000/78/EG en de wetten inzake gelijke behandeling, wanneer haar een geschil wordt voorgelegd waarbij de toepassing van dit beginsel in het geding is, in het kader van deze bevoegdheid de voor de justitiabelen uit het Unierecht voortvloeiende rechtsbescherming verzekert en de volle werking daarvan waarborgt door, zo nodig, iedere strijdige bepaling van nationaal recht buiten toepassing te laten (zie in die zin HvJ EG 22 november 2005, Mangold, C-144/04, ECLI:EU:C:2005:709, r.o. 77; HvJ EU 19 januari 2010, Kücükdeveci, C-555/07, ECLI:EU:C:2010:21, r.o. 53; en HvJ EU 19 april 2016, DI, C-441/14, ECLI:EU:C:2016:278, r.o. 35). Het zou namelijk tegenstrijdig zijn indien particulieren het recht hadden om de bepalingen van het Unierecht op een specifiek gebied in te roepen voor een orgaan dat volgens nationaal recht bevoegd is om kennis te nemen van geschillen op dit gebied, maar dit orgaan niet verplicht was om deze Unierechtelijke bepalingen toe te passen door de daarmee strijdige nationale bepalingen buiten toepassing te laten (zie in die zin HvJ EG 22 juni 1989, Costanzo, 103/88, ECLI:EU:C:1989:256, r.o. 31). Op de gestelde vraag wordt geantwoord dat het Unierecht, en in het bijzonder het beginsel van voorrang van het Unierecht, aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, volgens welke een nationaal orgaan dat bij wet is ingesteld om de handhaving van het Unierecht op een specifiek gebied te waarborgen, niet bevoegd is om een bepaling van nationaal recht die in strijd is met het Unierecht buiten toepassing te laten.