Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer c.s./werkgeefster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 15 april 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:3754
Eenzijdige wijziging arbeidsvoorwaarden om gevolgen coronapandemie op te vangen. Geen dynamisch incorporatiebeding. Voor uitstellen loonsverhoging wordt zwaarwegend belang aanwezig geacht, voor vakantiedagen geldt dat niet.

Feiten

Werknemers zijn op basis van arbeidsovereenkomsten in dienst van werkgeefster. In de arbeidsovereenkomsten is bepaald dat voor arbeidsvoorwaarden het Arbeidsvoorwaardenstelsel van werkgeefster (hierna: AVSN) van toepassing is. Het ASVN bevat een eenzijdig wijzigingsbeding. Op 3 april 2020 heeft werkgeefster aan haar OR instemming gevraagd voor voorgenomen besluiten ten aanzien van het laten vervallen van een deel van het vakantiesaldo van de medewerkers en het doorschuiven van de salarisverhogingen van 1 april 2020 en 1 oktober 2020 naar januari 2021. De OR heeft op 10 april 2020 ingestemd met de maatregelen. Werkgeefster heeft werknemers op 14 april hiervan op de hoogte gesteld. Op 17 juli 2020 heeft werkgeefster aan werknemers medegedeeld hen deels tegemoet te komen door de voorgenomen besluiten deels te wijzigen. Daarmee komen de maatregelen neer op: het op een later moment invoeren van procentuele loonsverhogingen, geen opbouw van bovenwettelijke vakantiedagen over de tweede helft van 2020 en het verplicht opnemen c.q. afschrijven van een deel van het zogenoemde stuwmeer aan vakantieuren. Werknemers vorderen onder meer te verklaren voor recht dat de door werkgeefster doorgevoerde eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden onrechtmatig is.

Oordeel

De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden door werkgeefster en dat geen sprake is van een dynamisch incorporatiebeding. Voor wat betreft de uitgestelde procentuele loonsverhogingen leidt een afweging van de belangen van partijen tot de conclusie dat de acute financiële problemen die werkgeefster ondervindt door de coronapandemie een zodanig zwaarwichtig belang vormen dat de belangen van werknemers daarvoor naar maatstaven van redelijkheid moeten wijken. Werknemers worden door het uitstellen van de loonsverhoging weliswaar in hun (toekomstige) financiële positie aangetast, maar van een ‘loonoffer’ is geen sprake. Daarbij speelt mee dat werknemers een deel van de loonsverhoging die per april 2020 zou worden ingevoerd reeds per december 2019 hebben ontvangen en dat het geen permanente wijziging betreft, maar een eenmalige, tijdelijke maatregel. Tot slot weegt mee dat de OR, na raadpleging van een deskundige, heeft ingestemd met de maatregelen. Met betrekking tot de opbouw van vakantiedagen en het verplicht opnemen daarvan ligt dit anders. Werknemers wijzen terecht op het belang van recuperatie. Vakantie moet als een belangrijke arbeidsvoorwaarde worden beschouwd en werknemers hebben recht op recuperatie, teneinde hun werk optimaal te kunnen blijven vervullen. Het belang van werkgeefster om verplichte vakantiedagen aan te wijzen bestaat hierin dat zij haar reserveringen terug kan dringen en daarmee haar liquiditeit kan verbeteren. Het belang van werknemers om deze dagen op te nemen op het moment dat zij daar behoefte aan hebben en niet op aanwijzen van werkgeefster moet zwaarder wegen dan dit financiële belang van werkgeefster. Bij deze afweging speelt mee dat door werknemers tijdens de mondelinge behandeling is verklaard dat zij ook tijdens de lockdown gewoon hebben doorgewerkt en sommige werknemers het extra druk hadden, door het beëindigen van (tijdelijke) arbeidsovereenkomsten van collega’s. Aan de zijde van werkgeefster is dus geen sprake van een zodanig zwaarwichtig belang dat dit belang deze wijziging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. Gelet op het feit dat de vorderingen van werknemers op dit punt te algemeen is geformuleerd wordt werkgeefster verzocht bij akte een overzicht in het geding te brengen waaruit per werknemer blijkt welke vakantiedagen of -uren verplicht zijn opgenomen. Als werkgever is werkgeefster immers verplicht een administratie bij te houden van de opgenomen vakantiedagen.