Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 13 december 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:2457
Feiten
Bij vonnis van 13 september 2021 heeft de rechtbank Amsterdam in een procedure tussen FNV en Uber voor recht verklaard dat de overeenkomsten tussen Uber en de chauffeurs die zich in persoon jegens Uber hebben verbonden om personen te vervoeren, moeten worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. De rechtbank heeft Uber veroordeeld om voor de periodes dat de (toenmalige) CAO Taxivervoer algemeen verbindend verklaard is (geweest), deze cao na te leven. Uber is in hoger beroep gegaan. In de tussentijd is een nieuwe cao tot stand gekomen. Uber is geen lid van een van de partijen bij die cao. Deze CAO Zorgvervoer en Taxi 2022 is op verzoek van de cao-partijen met ingang van 19 mei 2022 algemeen verbindend verklaard. Volgens Uber en de chauffeurs is echter niet voldaan aan de wettelijke representativiteitseis en is het besluit van de minister daarom onmiskenbaar onrechtmatig jegens hen. De minister is aan de bedenkingen van Uber voorbij gegaan en heeft de cao met ingang van 19 mei 2022 algemeen verbindend verklaard (hierna: het AVV-besluit). Op verzoek van Uber heeft het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 19 juli 2022 (één dag nadat het in deze procedure bestreden kortgedingvonnis was gewezen) de tenuitvoerlegging van het vonnis van 13 september 2021 geschorst voor wat betreft de veroordeling van Uber tot naleving van de CAO Taxivervoer, en wel totdat het gerechtshof Amsterdam in de hoofdzaak eindarrest zal hebben gewezen. Uber en de chauffeurs vorderen (onder meer) dat het AVV-besluit buiten werking wordt gesteld jegens Uber en de taxichauffeurs die de Uber-app gebruiken. De kortgedingrechter heeft de vorderingen afgewezen. Daartegen komen Uber en de chauffeurs in hoger beroep op.
Oordeel
Het hof is, net als de kortgedingrechter, van oordeel dat de vorderingen niet toewijsbaar zijn. Vast staat dat de veroordelingen uit het Amsterdamse vonnis van 13 september 2021 zijn geschorst. Nu Uber hoger beroep heeft ingesteld, staat dus hoe dan ook nog niet onherroepelijk vast dat Uber en de chauffeurs daadwerkelijk werkgever en werknemers zijn en onder de werkingssfeer van de cao vallen. Het is juist dat áls dit te zijner tijd wel onherroepelijk zou komen vast te staan, Uber en de als werknemer van Uber te beschouwen chauffeurs alsnog met terugwerkende kracht onder de cao zouden komen te vallen. Ook is juist dat dan achteraf bezien zou moeten worden vastgesteld dat de als werknemer aan te merken chauffeurs in beginsel wél hadden moeten worden meegeteld en dat dit mogelijk tot de conclusie zou kunnen leiden dat de cao (toch) niet representatief is. Of dat zal gebeuren is echter nu nog onzeker en het hof kan daar niet op vooruit lopen. Van een onherroepelijk oordeel is op dit moment geen sprake. Het is niet aannemelijk dat Uber en de chauffeurs op korte termijn een reëel risico lopen op (onomkeerbare) schade. De conclusie is dan ook dat het vereiste spoedeisend belang ontbreekt. Ten overvloede overweegt het hof dat het AVV-besluit niet onmiskenbaar onrechtmatig is. Uber en de chauffeurs voeren op zich terecht aan dat de werkingssfeer van een cao wordt bepaald door de betrokken cao-partijen en dat de uitleg daarvan is voorbehouden aan de civiele rechter. Het probleem is echter nu juist dat de werkingssfeer van de cao in deze specifieke situatie onderwerp is van een lopende procedure en dat er geen onherroepelijke uitspraak van de civiele rechter voorhanden is. Er is geen rechtsregel die bepaalt wat de minister in zo’n geval moet doen. Zoals de Staat terecht heeft aangevoerd, voorziet noch de Wet AVV, noch het Besluit aanmelden, noch het Toetsingskader AVV in een regeling daarvoor en verschaft ook de werkingssfeerbepaling van de cao daarover geen duidelijkheid. Van 'harde en duidelijke eisen' is dus geen sprake, anders dan Uber en de chauffeurs betogen. Bij deze stand van zaken is duidelijk dat de minister wel afwegingsruimte heeft. De wijze waarop de minister van die ruimte gebruik heeft gemaakt is naar het oordeel van het hof niet onmiskenbaar onrechtmatig.