Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 oktober 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:6244
Feiten
Under Armour Europe B.V. (hierna: Under Armour) exploiteert een onderneming in onder meer sportkleding. Werknemer heeft de Sri Lankaanse nationaliteit en heeft in Nederland verblijf op grond van een verblijfsvergunning als kennismigrant. Werknemer mag met deze verblijfsvergunning alleen arbeid verrichten als aan zijn werkgever een tewerkstellingsvergunning wordt toegekend. Werknemer is op 1 september 2022 in dienst getreden bij Under Armour op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van 12 maanden eindigend op 31 augustus 2023. Under Armour heeft hiervoor een tewerkstellingsvergunning aangevraagd, die is verleend voor de duur van de arbeidsovereenkomst. De leidinggevende van werknemer bericht op 26 april 2023 per e-mail dat het contract voor onbepaalde tijd wordt voortgezet. Aan deze e-mail ging een berichtenwisseling tussen de afdeling personeelszaken (HR) en de leidinggevende vooraf, waarin de vraag centraal stond of de leidinggevende - gelet op de tewerkstellings- en verblijfsvergunning - het contract met werknemer wenste te verlengen voor bepaalde of onbepaalde tijd. Ondanks de toezegging krijgt de leidinggevende op 28 april 2023 alsnog feedback over het functioneren van werknemer waardoor wordt voorgesteld om werknemer eerst een verlenging voor bepaalde tijd te geven. Op 4 mei 2022 heeft Under Armour aan werknemer mondeling kenbaar gemaakt dat de verlenging van de arbeidsovereenkomst nog niet zeker was omdat daarvoor nog een procedure conform het beleid van Under Armour gevolgd moest worden. Op 27 juni 2023 had werknemer een beoordelingsgesprek, waarbij hem werd meegedeeld dat hij niet aan alle eisen voldoet en zijn contract daarom niet wordt verlengd. Partijen hebben hierna meermaals contact gehad en op 31 juli 2023 heeft Under Armour werknemer per mail als laatste aanbod aangeboden zijn contract met nog een maand te verlengen, en aangegeven dat na die maand geen verlenging meer mogelijk is en dat hij in die tijd mag solliciteren. Werknemer is eind september 2023 een verzoekschriftprocedure gestart waarin hij zich onder meer op de toezegging van de leidinggevende beroept. In kort geding vordert werknemer dat Under Armour wordt veroordeeld hem per 1 oktober 2023 onder dezelfde voorwaarden een arbeidsovereenkomst aan te bieden en tevens een aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning te doen. Under Armour voert aan dat de leidinggevende niet bevoegd was om de toezegging te doen en dat de toezegging bovendien niet onvoorwaardelijk is gedaan.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat het verblijfsrecht in Nederland afhankelijk is van een dienstverband en werknemer daarnaast met ingang van 1 oktober 2023 geen inkomen meer heeft. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft de leidinggevende in zijn e-mail van 26 april 2023 aan werknemer een toezegging zonder voorbehoud gemaakt. Het is een ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt verlengd. Op een ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging gegeven door een bevoegd persoon, kan de werkgever in beginsel niet terugkomen. Of de leidinggevende volgens de regels van Under Armour al dan niet bevoegd was om deze toezegging te doen, is hier niet relevant. De enige vraag die beantwoord moet worden is of werknemer kon en mocht begrijpen dat de toezegging bevoegdelijk is gedaan. De kantonrechter is ook van oordeel dat werknemer erop mocht vertrouwen dat de leidinggevende bevoegd was om deze toezegging over zijn arbeidsovereenkomst te doen. Dat Under Armour een ander beleid heeft, kan zeker zo zijn. Maar Under Armour heeft, gelet op de betwisting van werknemer, onvoldoende onderbouwd dat hij van het beleid op de hoogte was of dat hij dat behoorde te zijn dan wel dat het beleid in zijn geval niet juist was gevolgd. Hierbij speelt een rol dat werknemer als kennismigrant zijn verblijfsrecht zal verliezen als hij niet op korte termijn een nieuwe arbeidsovereenkomst sluit die aan de kennismigrantenregeling voldoet. De kantonrechter komt tot de voorlopige conclusie dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is verlengd. Omdat het bodemgeschil al aanhangig is, treft de kantonrechter een voorziening. Under Armour is gelet op de voorlopige conclusie gehouden de tewerkstellingsvergunning aan te vragen en indien de vergunning is verleend, werknemer toe te laten tot zijn werkzaamheden. Ook brengt dit een loondoorbetalingsverplichting voor Under Armour met zich mee, ook voor de periode waarin niet kan en mag worden gewerkt, omdat de vergunning ontbreekt. Dat er momenteel geen tewerkstellingsvergunning is, komt voor rekening en risico van Under Armour.