Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Markaz Al Houda
Rechtbank Limburg, 11 oktober 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:9788

werknemer/Stichting Markaz Al Houda

Volgens werknemer is er ten onrechte loon ingehouden. Uit de overgelegde salarisspecificaties blijkt echter dat de achtergrond van die inhoudingen met name is gelegen in de wettelijk verplichte inhoudingen.

Feiten Werknemer is sinds 2009 in dienst bij de stichting. In de periode van 1 september 2009 tot 8 juni 2010 is de arbeidsovereenkomst opgeschort in verband met verblijf in het buitenland. Laatstelijk is werknemer werkzaam geweest in de functie van imam. Bij brief van 31 januari 2016 heeft de stichting de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd tegen 1 maart 2016. Werknemer vordert onder meer de stichting te veroordelen tot betaling van het volledige salaris vanaf de datum van indiensttreding tot het einde van het dienstverband, alsmede voor recht te verklaren dat de stichting aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst (aanvragen verblijfsvergunning).

Oordeel De vermelde vorderingen van werknemer zijn gegrond op de stelling dat sprake is van onterechte inhoudingen op zijn salaris. Uit de overgelegde salarisspecificaties blijkt dat de achtergrond van die inhoudingen met name is gelegen in de wettelijk verplichte inhoudingen. Voor zover sprake is van andere inhoudingen op het salaris, is de achtergrond daarvan ter comparitie besproken, welke achtergronden overigens ook reeds door de stichting bij haar verweer zijn aangevoerd en toegelicht. Op grond daarvan acht de kantonrechter die inhoudingen dan ook gerechtvaardigd. Indien en voor zover al een te hoog bedrag aan loonheffing is ingehouden, staat het werknemer vrij zulks bij de Belastingdienst aan de orde te stellen en teruggave daarvan te vragen. De stichting kan in dat verband in ieder geval niet veroordeeld worden tot teruggave van eventueel te veel ingehouden loonheffing. Ditzelfde geldt ook ten aanzien van de ingehouden premie ouderdomspensioen. Deze inhouding betreft anders dan kennelijk door werknemer wordt verondersteld geen door de stichting afgesloten pensioenregeling waarvoor premie ingehouden wordt. Voor zover uit de stellingen van werknemer moet worden afgeleid dat anderszins aan hem op grond van de met de stichting gesloten arbeidsovereenkomsten toekomende bedragen niet zijn uitgekeerd, blijkt zulks niet uit de door partijen overgelegde salarisspecificaties, noch uit de overige door partijen overgelegde producties. De door werknemer gevorderde verklaring voor recht dat de stichting aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst heeft betrekking op het door werknemer gestelde niet tijdig en correct in orde maken van de verblijfsvergunning voor werknemer. Niet gebleken is dat de stichting diende zorg te dragen voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor werknemer. Wel heeft de voorzitter van de stichting ter comparitie uitdrukkelijk en niet weersproken in dit verband verklaard dat hij in privé werknemer behulpzaam is geweest c.q. heeft willen zijn bij het verkrijgen van een verblijfsvergunning en daarbij kennelijk een fout heeft gemaakt. Gesteld noch gebleken is dat zulks aan de stichting kan worden toegerekend.