Naar boven ↑

Rechtspraak

X/TransMission Bergen op Zoom B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 29 november 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:9408

X/TransMission Bergen op Zoom B.V.

Kwalificatievraag. Rechter oordeelt dat X, werkzaam als 24 uurspakketbezorger, niet werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst, maar op basis van een vervoersovereenkomst. De vervoersovereenkomst is door TransMission terecht ontbonden.

Feiten

TransMission is een 24 uurspakketbezorger in de Benelux. In 2011 heeft TransMission met X, die handelde onder ‘bedrijf X’, een overeenkomst gesloten met als titel ‘vervoerovereenkomst wegvervoer’. Op 21 juli 2016 heeft een incident plaatsgevonden op het depot van TransMission in Bergen op Zoom, waarbij X betrokken was. Naar aanleiding daarvan heeft TransMission X geschorst en een onderzoek ingesteld. Bij brief van 26 augustus 2016, die is gericht aan bedrijf X, heeft TransMission aan X (kort gezegd) medegedeeld dat X zelf voor vervanging dient te zorgen bij afwezigheid van (een van) zijn chauffeurs en dat het voor haar niet acceptabel is dat X op 22, 23 en 24 augustus 2016 geen contact heeft gezocht met TransMission om haar op de hoogte te stellen van de ziekte van een chauffeur en hoe eventuele vervanging geregeld zou worden. Ten slotte heeft TransMission te kennen gegeven dat dit een laatste sommatie is en dat zij bij een eerstvolgende wanprestatie de overeenkomst conform artikel 10 van de overeenkomst zal beëindigen. Bij brief van 1 september 2016, die is gericht aan bedrijf X, heeft TransMission aan X medegedeeld dat X wederom heeft gewanpresteerd door op 31 augustus 2016 om 23:00 uur via whatsapp aan TransMission zichzelf en een andere chauffeur af te melden voor 1 september 2016 zonder vervangende chauffeurs aan te bieden. Naar aanleiding van de incidenten op 22 augustus en 1 september 2016 heeft TransMission de overeenkomst per omgaande beëindigd.

Oordeel

In geschil is of X de contractuele wederpartij is van TransMission bij de overeenkomst, zoals X stelt en TransMission betwist, die meent dat zij gecontracteerd heeft met de vennootschap onder firma bedrijf X. X is primair van mening dat hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met TransMission, hetgeen TransMission betwist. Uit de overeenkomst volgt niet dat X (handelende onder bedrijf X) de werkzaamheden zelf diende te verrichten. Verder is nog gebleken dat er tegelijkertijd twee door bedrijf X ingezette bussen voor TransMission reden, waarvan er, vanzelfsprekend, hoogstens één door X bestuurd kon worden. Er is dus niet voldaan aan het vereiste van artikel 7:659 lid 1 BW dat de werknemer verplicht is de arbeid zelf te verrichten. Bovendien ontving X geen loon maar een vergoeding die was gebaseerd op het aantal te vervoeren zaken en vastgestelde tarieven. Dat de onderneming van X, bedrijf X, ook verplichtingen had die zouden kunnen duiden op een gezagsverhouding – zie artikel 7 van de overeenkomst – weegt daar niet tegenop. Die verplichtingen passen namelijk ook bij een vervoersovereenkomst. De overeenkomst moet derhalve worden gezien als een vervoersovereenkomst. TransMission heeft deze terecht per 1 september 2016 ontbonden.