Naar boven ↑

Rechtspraak

Prima Navis D.O.O./Massive Dynamic Constructions B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 8 november 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:9625

Prima Navis D.O.O./Massive Dynamic Constructions B.V.

De vraag of aannemer eigen boetes en die van haar opdrachtgever mag verhalen op de onderaannemer wordt ontkennend beantwoord, omdat de onderaannemer daarmee niet heeft ingestemd.

Feiten

Prima Navis is een Kroatisch bedrijf gespecialiseerd in het bouwen van constructies voor de scheepsbouw. MDC produceert en bouwt constructies voor de scheepsbouw. Prima Navis heeft in de periode van februari /maart 2014 tot en met augustus/september 2015 en in de zomer van 2016 in opdracht van MDC werkzaamheden verricht. Op 5 maart 2015 heeft de Inspectie SZW een controle uitgevoerd met betrekking tot de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen. Tijdens deze inspectie is geconstateerd dat er niet voor alle Kroatische werknemers tijdig een notificatiemelding als bedoeld in artikel 2a Wav was gedaan bij het UWV. Op 8 augustus 2016 heeft de Inspectie SZW boetes van € 18.000 opgelegd aan Prima Navis, MDC en aan de opdrachtgever van MDC en diens klant. Op 7 september 2016 heeft MDC aan Prima Navis een factuur gestuurd voor € 54.000, waarmee MDC haar eigen boete en de boetes waarvan MDC stelt dat haar opdrachtgever die aan haar heeft doorbelast (die van de opdrachtgever zelf en diens klant), in rekening heeft gebracht bij Prima Navis (hierna: de boetes). MDC heeft dit bedrag vervolgens verrekend met hetgeen zij nog aan Prima Navis diende te voldoen. Bij brief van 7 oktober 2016 heeft Prima Navis aan MDC geschreven dat er geen rechtsgeldige grondslag is op basis waarvan MDC voornoemde boetes aan haar kan doorbelasten en heeft Prima Navis MDC gesommeerd om een bedrag van € 54.000 aan haar te voldoen, bij gebreke waarvan zij een gerechtelijke procedure zou starten. MDC heeft aangegeven dat er bezwaar is gemaakt tegen de boetes en als dit succesvol is, MDC het bedrag van € 54.000 alsnog aan Prima Navis zal voldoen. Verder heeft MDC Prima Navis erop gewezen dat afwachten voor haar de beste optie is, omdat MDC anders Prima Navis aansprakelijk zal stellen voor de schade in verband met een brand eind september 2015. Op 25 oktober 2016 heeft MDC aan Prima Navis een factuur gestuurd van € 107.751,90 in verband met de door MDC gestelde geleden schade als gevolg van de brand in 2015. Prima Navis vordert onder meer veroordeling van MDC tot betaling van € 81.348,41 (€ 54.000 nakoming overeenkomst en € 21.848,51 herstelkosten en/of schade). In reconventie vordert MDC onder meer veroordeling van Prima Navis tot betaling van € 107.751,90.

Oordeel

In conventie

Kern van het geschil is de vraag of MDC de boetes mag verhalen op Prima Navis. Feiten of omstandigheden waaruit volgt dat Prima Navis aansprakelijkheid voor de boetes heeft aanvaard, zijn gesteld noch gebleken. Aanvaarding is een tot de aanbieder gerichte wilsverklaring. Aanvaarding blijkt niet uit de op zichzelf niet betwiste omstandigheid dat Prima Navis en MDC en hun gezamenlijke advocaat hebben afgesproken in bezwaar te gaan tegen de boetes en de bezwaarprocedure af te wachten. Prima Navis heeft aansprakelijkheid voor de boetes dus niet aanvaard. Vast staat voorts dat in de Framework Agreement geen verhaalsbeding ten aanzien van eventueel bestuurlijke boetes is opgenomen. Uit het voorgaande volgt dat MDC niet bevoegd was tot het doorbelasten c.q. verrekenen van de boetes aan Prima Navis. De vordering van Prima Navis tot betaling van € 54.000 ligt dan ook voor toewijzing gereed. Prima Navis doet primair een beroep op onverschuldigde betaling. Prima Navis heeft haar stelling dat voor de betaling van de facturen door Prima Navis middels verrekening geen rechtsgrond aanwezig was onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd. Van onverschuldigde betaling is dan ook niet gebleken. Het voorgaande brengt mee dat de vordering van € 21.848,41 zal worden afgewezen.

In reconventie

De vraag of de schuldeiser binnen bekwame tijd, zoals bedoeld in artikel 6:89 BW heeft geklaagd over het veroorzaken van de brand, kan niet in algemene zin worden beantwoord. MDC heeft aangevoerd dat het even heeft geduurd voordat zij wist dat zij aansprakelijk werd gesteld voor de brandschade en om welk bedrag het ging. Pas in of na augustus 2016 bleek dat MDC mogelijk schade zou lijden. De rechtbank verwerpt dit verweer. Aangenomen mag worden dat MDC het gebrek op 25 september 2015 heeft ontdekt. Vanaf dat moment is de klachttermijn gaan lopen. MDC heeft eerst op 25 oktober 2016 de gestelde schade doorbelast aan Prima Navis. Dit is tardief. Prima Navis is door dit handelen van MDC ernstig in haar belangen (bewijspositie) geschaad. Immers kon Prima Navis de schade niet meer beperken en is een contra-expertise niet meer mogelijk. Het voorgaande brengt mee dat de vordering zal worden afgewezen.