Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 13 september 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:8649
werknemer/curator q.q.
Feiten
Swets Information Services B.V. (hierna: SIS) is enig aandeelhouder van Swets & Zeitlinger International Holding B.V. die op haar beurt weer enig aandeelhouder is van de vennootschap naar Spaans recht Swets Information Services S.L. (hierna: Swets Spanje). SIS en Swets Spanje zijn op respectievelijk 23 september 2014 en 19 november 2014 in staat van faillissement verklaard. Bij vonnis van 10 september 2015 heeft de arbeidsrechtbank Swets Spanje en SIS hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan eisers 1 tot en met 10 van in totaal € 106.298,71 aan achterstallig loon en € 279.810,79 aan schadevergoeding. Werknemer vordert onder meer dat de rechtbank voor recht verklaart dat werknemer als gevolg van het vonnis d.d. 10 september 2015, gewezen te Barcelona, is aan te merken als (gewezen) werknemer van SIS en het achterstallig loon een boedelschuld is.
Oordeel
Op grond van artikel 4 lid 1 van de Insolventieverordening (Verordening 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures, hierna te noemen: IVO) juncto artikel 6 onderdeel i Rv is de Nederlandse rechter bevoegd om kennis te nemen van de onderhavige vordering, omdat deze mede op artikel 40 Fw gegronde vordering rechtstreeks voortvloeit uit de in Nederland geopende faillissementsprocedure en daarmee nauw samenhangt (vgl. HvJ EG 12 februari 2009, C-339/07). Vooropgesteld wordt dat de vorderingen onder de reikwijdte van artikel 4 lid 1 IVO vallen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat in overweging 23 van de preambule van de IVO onder meer is bepaald dat de lex concursus, het recht van de lidstaat waar de faillissementsprocedure is geopend, bepalend is voor alle rechtsgevolgen van de insolventieprocedure, zowel procedureel als materieel, ten aanzien van de betrokken rechtssubjecten en rechtsbetrekkingen. De onderhavige vorderingen vallen hieronder, nu deze tegen de curator zijn ingesteld en dus voortvloeien uit een Nederlandse insolventieprocedure. Dat betekent dat het Nederlandse recht van toepassing is. Uit de stellingen van partijen kan niet worden afgeleid dat tussen partijen een arbeidsverhouding bestond op grond waarvan SIS aan werknemer loon verschuldigd was. Naar Nederlands recht kan werknemer niet worden aangemerkt als voormalige werknemer van SIS. Zij heeft dan ook geen aanspraak op loon- of premieschulden jegens de boedel op grond van artikel 40 Fw, en dus evenmin op enige ontbindingsvergoeding. De vorderingen vallen evenmin in een van de andere categorieën van het arrest Koot/Tideman. Zij kunnen dan ook niet worden aangemerkt als boedelschulden in het faillissement van SIS, maar hoogstens als concurrente vorderingen. Het voorgaande maakt dat de vorderingen zullen worden afgewezen.