Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Professional Facility Services B.V.
Rechtbank Noord-Holland, 23 januari 2018

werkneemster/Professional Facility Services B.V.

<p>Werkneemster terecht op staande voet ontslagen nu zij stelselmatig geen gevolg heeft gegeven aan de redelijke voorschriften en maatregelen gericht op haar re-integratie.</p>

Feiten

Werkneemster is op 6 januari 2009 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van PFS in de functie van schoonmaakster. Werkneemster is tevens werkzaam bij CSU in de functie van schoonmaakster. Werkneemster heeft zich op 29 maart 2017 zowel bij CSU en PFS ziek gemeld. De bedrijfsarts van CSU heeft op 5 mei 2017 geoordeeld dat werkneemster belastbaar is voor 2 uur per dag licht schoonmaakwerk in eigen tempo in afwachting van specialistisch onderzoek. De bedrijfsarts van PFS heeft op 10 mei 2017 geoordeeld dat werkneemster kan starten met aangepaste werkzaamheden 2.25 uur per dag. Op 11 mei 2017 heeft PFS werkneemster bericht dat zij op maandag 15 mei 2017 werd verwacht om aangepaste werkzaamheden te verrichten. Op 16 mei 2017 heeft werkneemster aangegeven dat zij niet in staat is de werkzaamheden te verrichten. Op 17 mei 2017 heeft PFS aangegeven dat er wordt overgegaan tot loonstaking. Werkneemster heeft vervolgens voorgesteld om 1.25 uur per dag werkzaamheden voor PFS te verrichten en 1 uur per dag voor CSU. PFS heeft op 19 mei 2017 aan werkneemster laten weten dat er geen urenbeperking is en werkneemster gesommeerd per ommegaande haar re-integratiewerkzaamheden te hervatten. De arbeidsdeskundige concludeert vervolgens dat werkneemster het aangeboden werk van 2.25 uur per dag kan uitvoeren en dat het passend is. Bij brief van 20 juli 2017 heeft PFS werkneemster verzocht het aangepaste eigen werk op maandag 24 juli 2017 te hervatten en gewaarschuwd voor de consequenties van weigering (ontslag op staande voet). Per brief van 25 juli 2017 is werkneemster door PFS op staande voet ontslagen. In het deskundigenoordeel van 4 september 2017 staat dat alles overziend er in de periode van 16 mei tot 25 juli 2017 geen sprake is geweest van geen benutbare mogelijkheden. De arbeidsdeskundige komt tot de conclusie dat de re-integratie-inspanningen van werkneemster van 16 mei tot 25 juli 2017 niet voldoende zijn geweest. Werkneemster verzoekt onder meer vernietiging van de opzegging en loondoorbetaling vanaf 15 mei 2017, dan wel toekenning van de transitievergoeding.

Oordeel

De kantonrechter overweegt dat de bedrijfsarts van PFS op 10 mei 2017 heeft geoordeeld dat werkneemster kon starten met aangepaste werkzaamheden, gedurende haar contracturen. Het oordeel van de bedrijfsarts van CSU kan hieraan niet afdoen. Hieruit kan immers niet worden afgeleid dat werkneemster niet in staat was de aangepaste werkzaamheden bij PFS te hervatten. Dat werkneemster zich op 16 mei 2017 opnieuw (volledig) arbeidsongeschikt heeft moeten melden, heeft PFS gemotiveerd betwist. Nu werkneemster niet heeft gesteld welke wijziging zich tijdens dit korte tijdsbestek in haar ziektebeeld heeft voorgedaan, had PFS de mededeling van werkneemster niet hoeven op te vatten als nieuwe ziekmelding. Tegen die achtergrond kan het niet uitnodigen van werkneemster voor een vervolgafspraak met de bedrijfsarts om haar medische situatie nogmaals te laten onderzoeken niet tot de conclusie leiden dat dit getuigt van slecht werkgeverschap. PFS hoefde dan ook niet in te gaan op het aanbod van werkneemster om haar werkzaamheden voor 1.25 uur per dag te hervatten. Het deskundigenoordeel vermeldt onder de visie van werknemer uitdrukkelijk dat werkneemster twee werkgevers heeft, zodat onvoldoende gebleken is dat hiermee geen rekening is gehouden. De weigering van werkneemster om na dit deskundigenoordeel het aangepaste werk te hervatten op 24 juli 2017, terwijl haar bekend was dat dit tot een ontslag op staande voet zou kunnen leiden, kon na alle eerdere verzoeken/sommaties van PFS dan ook voldoende reden geven tot ontslag op staande voet, nu zij stelselmatig geen gevolg heeft gegeven aan de redelijke voorschriften en maatregelen gericht op haar re-integratie. De arbeidsovereenkomst is daarom op 25 juli 2017 geëindigd. De kantonrechter is voorts van oordeel dat werkneemster geen recht heeft op de transitievergoeding.

  • Instantie: Rechtbank Noord-Holland
  • Datum uitspraak: 23-01-2018
  • Roepnaam: werkneemster/Professional Facility Services B.V.
  • Zaaknummer: 6340085\AO VERZ 17-126
  • Nummer: AR-2018-0232
  • Onderwerpen: Dringende reden (7:677, 7:678 en 7:679 BW)
  • Trefwoorden: dringende reden, ontslag op staande voet, ernstig verwijtbaar handelen, re-integratieverplichtingen, arbeidsongeschiktheid en deskundigenoordeel