Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Fruitmasters Veiling B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 20 februari 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:1832

werknemer/Fruitmasters Veiling B.V.

Ontslag op staande voet wegens (seksuele) intimidatie van vrouwelijke uitzendkrachten. Verweten gedrag bewezen en voldoende zwaarwegend voor ontslag op staande voet.

Feiten

Bij tussenbeschikking heeft het hof werknemer toegelaten tot tegenbewijs tegen de stelling van Fruitmasters dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van (seksuele) intimidatie en pogingen om het werken van een aantal Poolse vrouwelijke uitzendkrachten onmogelijk te maken. Op 8 januari 2017 heeft werknemer een getuige doen horen.

Oordeel

Het hof acht, met de kantonrechter, met de genoemde verklaringen bewezen dat werknemer met opzet met een verrijdbare weegschaal tegen de billen van de betrokken uitzendkrachten getuige 1 en getuige 5 is aangereden, waarbij hij jegens getuige 1 heeft verklaard ‘ik heb je in de reet gereden’, of woorden van gelijke strekking. Aan de verklaringen van de getuigen dat dit met opzet gebeurde, kan wel degelijk geloof worden gehecht en dat geloof hecht het hof er ook aan. Verder acht het hof ook bewezen dat werknemer getuige 1 tot rond de kerst 2015 benaderde met teksten als ‘hoi liefje’ in het Pools, voorstellen om samen de kerst door te brengen, uit te gaan enzovoort. Dat werknemer met de werkneemsters in een mengelmoes van Pools, Nederlands en Engels kon communiceren, acht het hof ook bewezen. Ten slotte acht het hof óók bewezen dat werknemer, nadat getuige 1 te kennen had gegeven dat hij daarmee moest stoppen, hij haar op andere wijze dwars ging zitten, namelijk door niet (goed) te helpen, door de band weer te snel aan te zetten als er te veel peren op lagen, door het te doen voorkomen dat de betrokken werkneemster haar werk niet goed deed en door over haar te klagen. De verklaringen worden door de verklaring van de getuige van verzoeker niet afdoende ontzenuwd. Dit bewezen gedrag moet, zoals ook de kantonrechter heeft gedaan, worden beschouwd als intimidatie, waaronder seksuele intimidatie. Het hof acht de bewezen gedragingen voorts voldoende zwaarwegend voor ontslag op staande voet. Er is sprake van intimidatie van Poolse uitzendkrachten, die veel jonger waren dan werknemer, en jegens wie werknemer feitelijk (ook al was hij formeel niet hun leidinggevende) in zekere mate leidinggevend kon optreden, doordat hij hun, als vaste kracht, aanwijzingen kon geven. De intimidatie bestond deels uit ongepaste voorstellen (uitnodiging samen de kerstdagen door te brengen, samen met vakantie te gaan), deels uit fysieke aanraking (botsing tegen de billen met de weegschaal) met ongepaste opmerkingen (‘ik heb je in de reet gereden’) en deels uit intimidatie anderszins, bestaande uit het dwarsbomen van de betrokken uitzendkrachten. Het hof oordeelt de incidenten in samenhang genomen zodanig van karakter dat een intimiderende en onveilige omgeving voor de betrokken uitzendkrachten ontstond. Dat is ongeoorloofd en bovendien uitdrukkelijk in strijd met de gedragsnormen van Fruitmasters, waarmee werknemer bekend was. Verder blijkt uit de overige, schriftelijke, stukken dat werknemer al in 2001, 2006, 2012 en 2013 eerder een schriftelijke waarschuwing heeft gehad voor soortgelijk gedrag. Hoewel de incidenten van 2001 en 2006 te oud zijn om nog mee te wegen bij het ontslag op staande voet, blijkt daaruit wel dat werknemer gewaarschuwd was. Dat er desondanks in 2012, 2013 en ten slotte in 2016 wederom gelijksoortige klachten kwamen, betekent dat Fruitmasters in 2016 zich terecht op het standpunt kon stellen dat er sprake was van de druppel die de emmer doet overlopen.