Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 8 februari 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:435
ondernemingsraad/Svitzer Euromed B.V.
Feiten
Svitzer is een vennootschap die zich bezighoudt met het verrichten van sleepdiensten. Svitzer maakt onderdeel uit van de Svitzergroep, die op haar beurt onderdeel uit maakt van de Maersk Group. Bij Svitzer is een magazijnbeheerder werkzaam. Hij beheert het magazijn, bestelt scheepsonderdelen en -producten en onderhoudt de contacten met leveranciers. Op 9 mei 2017 vraagt Sviter de ondernemingsraad advies met betrekking tot een voorgenomen besluit tot het opheffen van de functie van magazijnbeheerder. Als reden geeft Svitzer aan het stroomlijnen van Marine Standards en het Operations team. De ondernemingsraad geeft een negatief advies. Het laten vervallen van de functie is gezien de expertise van de magazijnbeheerder niet in het belang van de onderneming. Daarbij is onduidelijk in welke zin sprake zou zijn van stroomlijning. Daarbij is volgens de ondernemingsraad niet duidelijk ingegaan op de berekening van de kostenefficiëntie. Op 25 september 2017 neemt Svitzer het bestreden besluit. De ondernemingsraad verzoekt een verklaring voor recht dat Svitzer bij de afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot het bestreden besluit.
Oordeel
Aan het bestreden besluit kleeft een motiveringsgebrek. Ter terechtzitting heeft Svitzer een nadere toelichting gegeven over hetgeen bedoeld is met 'het stroomlijnen van procedures'. In die toelichting is onder meer naar voren gekomen dat Maersk wereldwijd contracten heeft afgesloten met leveranciers ten aanzien van de levering van onderdelen van schepen, dat daarmee aanzienlijke besparingen worden gerealiseerd en dat de lokale situatie steeds minder belangrijk wordt. Het gegeven dat Maersk wereldwijd contracten heeft afgesloten, dat daaruit financiële voordelen voortkomen en dat lokale kennis vanwege de wereldwijde contracten steeds minder nodig is, kan niet los worden gezien van het bestreden besluit. In feite ligt deze omstandigheid mede aan het bestreden besluit ten grondslag en moet die omstandigheid worden gekwalificeerd als een van de beweegredenen voor het besluit. In het bestreden besluit is deze beweegreden niet naar voren gebracht, waardoor de ondernemingsraad daarop geen reactie heeft kunnen geven. Pas ter terechtzitting is voorts ter sprake gekomen dat het bestreden besluit mede verband houdt met het concernbelang van Maersk. In het besluit is evenmin afdoende ingegaan op de berekening die de ondernemingsraad heeft gemaakt ten aanzien van de kostenefficiëntie. Een toelichting had wel van Svitzer verwacht mogen worden, gezien de opmerkingen van de ondernemingsraad over de toenemende complexiteit van procedures en de tijd die daarmee zal zijn gemoeid.
De Ondernemingskamer acht de toelichting in het bestreden besluit op de beweegredenen voor het besluit en de bespreking van de bezwaren van de ondernemingsraad dermate gebrekkig dat dit leidt tot de slotsom dat Svitzer bij de afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit van 25 september 2017 met betrekking tot het vervallen van de functie van magazijnbeheerder. Dat ter terechtzitting over een en ander meer duidelijkheid is verkregen, doet daaraan niet af. Het gaat er immers om dat de ondernemer tijdens het traject van medezeggenschap de beweegredenen voor het besluit aan de ondernemingsraad kenbaar maakt zodat de ondernemingsraad die beweegredenen bij zijn advies kan betrekken en dat de ondernemer vervolgens – uiterlijk – in het besluit gemotiveerd ingaat op de door de ondernemingsraad in het advies te berde gebrachte argumenten. De Ondernemingskamer wijst het verzoek van de ondernemingsraad toe.