Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 21 maart 2018
ECLI:NL:RBNNE:2018:1148
werkneemster/Achmea Interne Diensten N.V.
Feiten
Werkneemster is op 18 juni 2007 in dienst getreden bij Achmea. In 2010 is bij Achmea een reorganisatie aangevangen. In verband daarmee is een sociaal plan opgesteld. Onderdeel van het sociaal plan is de zogenoemde 'Zilverpool'. Bij brief gedateerd 31 oktober 2011 is werkneemster onder meer bericht dat per 1 december 2011 haar huidige functie vervalt. Wordt werkneemster binnen de herplaatsingstermijn van 39 weken niet herplaatst dan is de Zilverpoolregeling op haar van toepassing. Deelname aan de Zilverpoolregeling eindigt op de 1ste van de maand waarin werkneemster 65 jaar wordt. Op 10 november 2011 heeft Achmea een brief aan werkneemster gezonden met vrijwel dezelfde inhoud als de brief van 31 oktober 2011. In afwijking van de brief van 31 oktober 2011 is daarin onder meer vermeld dat deelname aan de Zilverpoolregeling eindigt op de 1ste van de maand waarin werkneemster 63 jaar wordt. Met ingang van 1 juli 2012 heeft werkneemster vanuit de Zilverpoolregeling de functie van hoofd secretariaat raad van bestuur uitgeoefend. Deze werkzaamheden zijn geëindigd op 31 december 2015 wegens verval van de werkzaamheden. Werkneemster werd op 4 april 2017 63 jaar. Bij brief van 20 maart 2017 heeft zij om verlenging van haar Zilverpool-periode verzocht, wat is gehonoreerd door Achmea en verlengd tot 1 oktober 2017. Achmea heeft de loonbetaling aan werkneemster per 1 oktober 2017 stopgezet. Werkneemster verzoekt Achmea te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 57.016,10 bruto.
Oordeel
De kantonrechter zal allereerst beoordelen of de Zilverpoolregeling tussen partijen gold. De kantonrechter leidt uit de overgelegde correspondentie en het door Achmea overgelegde loonbetalingsoverzicht af dat de Zilverpoolregeling ook daadwerkelijk ten aanzien van werkneemster is toegepast. Werkneemster heeft in haar brief van 20 maart 2017 voorts zelf aangegeven dat zij deel uitmaakt van de Zilverpool en zij heeft gevraagd om verlenging ervan. Door Achmea is erkend dat werkneemster de brief van 12 april 2012 niet voor akkoord heeft getekend. De kantonrechter is van oordeel dat aan dit niet-tekenen niet de conclusie kan worden verbonden die werkneemster daaraan kennelijk wenst te verbinden, namelijk dat zij niet heeft ingestemd met de Zilverpoolregeling. Door het samenstel van het zonder protest, althans niet met kenbaar protest, behouden van de brieven van Achmea waarin haar deelname aan de Zilverpool wordt bevestigd, het feitelijk hebben aanvaard van de voorzieningen die de Zilverpool verschaft en het enkele jaren nadien expliciet vragen om verlenging van de regeling is er sprake van feitelijke aanvaarding door werkneemster van het door Achmea via het sociaal plan gedane aanbod van de Zilverpoolregeling. Uitgaande van hetgeen hiervoor is overwogen dient vervolgens te worden beoordeeld of de deelname aan de Zilverpoolregeling een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden impliceert, zoals door Achmea is gesteld. In het sociaal plan is bepaald dat de arbeidsovereenkomst voor de daar bedoelde categorie van deelnemers aan de Zilverpool, waaronder werkneemster valt, in ieder geval eindigt op de eerste dag van de maand waarin deze werknemer 63 jaar wordt. Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter gegeven dat bij aanvaarding van de deelname aan de Zilverpoolregeling een beëindiging met wederzijds goedvinden van de arbeidsovereenkomst per de daarvoor geldende datum is overeengekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter staat verder vast dat werkneemster zich hiervan bewust was. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2017 is geëindigd met wederzijds goedvinden. Reeds daaruit volgt dat werkneemster geen aanspraak kan maken op betaling van transitievergoeding door Achmea.