Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/SPORTCLUB AMSTERDAMSE SPORT VERENIGING-ARSENAL
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 maart 2018
ECLI:NL:RBAMS:2018:1760

werkneemster/SPORTCLUB AMSTERDAMSE SPORT VERENIGING-ARSENAL

Een werkneemster van amateurvoetbalclub Arsenal krijgt ruim 23.000 euro aan achterstallig loon. Dat bedrag wordt nog eens verhoogd met 25 procent vanwege te late betaling. Daarmee wordt ook haar schade geacht te zijn vergoed.

Feiten

Arsenal is een voetbalvereniging te Amsterdam. X is voorzitter van Arsenal. Werkneemster werkte sinds 2003 als vrijwilligster bij Arsenal. Per 1 februari 2012 is werkneemster in loondienst bij Arsenal gaan werken op basis van een 32-urige werkweek tegen een loon van € 1.945 bruto incl. vakantiegeld met recht op 96 vakantie-uren per jaar. Werkneemster werd met name geacht zich bezig te houden met het reilen en zeilen van de kantine en beheer van de accommodatie. Werkneemster kampte met financiële problemen. Arsenal heeft haar in verband met een huurschuld een bedrag van (bijna) € 5.000 geleend. Maandelijks werd vervolgens vanaf 2012 een bedrag van € 200 ingehouden op haar loon, waardoor zij steeds € 1.600 netto per maand uitbetaald kreeg. Over februari 2014 en maart 2014 heeft werkneemster € 1.072,92 netto uitbetaald gekregen en daarna steeds € 1.250. In 2016 heeft Arsenal een vakantie van drie weken betaald voor werkneemster ten bedrage van € 4.500 naar de Verenigde Staten. In juni 2016 heeft werkneemster zich ziek gemeld in verband met een knie-operatie. Werkneemster is nu in staat halve dagen zittend werk te verrichten, maar niet bij Arsenal. Werkneemster heeft nog steeds financiële problemen. Door de opgelopen huurachterstand dreigt zij thans ontruimd te worden. Werkneemster vordert onder meer het achterstallig loon vanaf 1 januari 2014 tot op heden, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente.

Oordeel

Nu werkneemster niet nader heeft toegelicht dat een maandloon van € 2.000 netto per maand is overeengekomen en dit ook niet blijkt uit de overgelegde arbeidsovereenkomst, wordt uitgegaan van een (aanvankelijk) overeengekomen maandloon van € 1.800 netto. Uit de stellingen van partijen volgt dat gedurende haar jarenlange werkzaamheden voor Arsenal (vrijwillig en in dienstverband), waarbij zij bijna dagelijks hele dagen op de club aanwezig was, een hechte vertrouwensband is ontstaan tussen werkneemster en X , waarbij X werkneemster uiteindelijk ook adviseerde met betrekking tot haar persoonlijke (slechte) financiële situatie. Mede daarom geldt dat, ook als werkneemster met X heeft afgesproken dat haar salaris vanaf 2014 naar beneden werd bijgesteld naar € 1.250 netto per maand, zoals Arsenal stelt, Arsenal, als goed werkgever, gelet op de omstandigheden, niet erop heeft mogen vertrouwen dat werkneemster dat echt wilde. Daarvoor had Arsenal deze nieuwe betalingsafspraak ten minste schriftelijk aan werkneemster moeten bevestigen en had Arsenal voorts moeten verifiëren of zij daadwerkelijk instemde met de verlaging. Nu Arsenal dit niet heeft gedaan, heeft zij de mogelijkheid opengelaten dat werkneemster een andere opvatting over de afspraken had en kennelijk dacht dat het meerdere aan salaris aan haar schuldeisers zou worden afgedragen. Gezien het voorgaande kan dan ook niet worden geconcludeerd dat wilsovereenstemming bestond over de door Arsenal als verweer aangevoerde afspraak, zodat deze, als deze al tot stand is gekomen, niet rechtsgeldig tot stand is gekomen. Arsenal voert nog wel aan dat het bestaan van de afspraak blijkt uit de omstandigheid dat werkneemster volgens Arsenal pas in 2017 over de hoogte van het loon bij haar heeft geklaagd, maar dit gaat onder deze omstandigheden niet op. Voor werkneemster bestond immers geen reden om te klagen omdat zij in de veronderstelling verkeerde dat het bedrag waarmee het loon werd verlaagd naar de schuldeisers ging. Conclusie van het voorgaande is dan ook dat Arsenal het netto achterstallige salaris, dat wat betreft hoogte niet is betwist, is verschuldigd, uitgaande van een salaris van € 1.800 netto per maand. Daarop dient het betaalde bedrag voor de vakantie van € 4.500 in mindering te worden gebracht, zodat het totaal verschuldigde bedrag € 23.057,53 netto bedraagt. Hierover is de wettelijke verhoging, evenwel gematigd tot 25%, verschuldigd en de wettelijke rente vanaf de dag van verschuldigdheid.