Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Viskon Glas B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 18 januari 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:2766

werknemer/Viskon Glas B.V.

Zieke werknemer heeft ook recht op doorbetaling van zijn loon over opgenomen vakantiedagen ná het eindigen van de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte.

Feiten

Werknemer is op 1 juli 2005 bij Viskon Glas in dienst getreden in de functie van glaszetter voor 38 uur per week. Op de dienstbetrekking is de Cao voor de Groothandel in Vlakglas (hierna: de CAO) van toepassing. Werknemer is per 13 augustus 2013 arbeidsongeschikt geworden. De loonbetalingsverplichting van Viskon Glas is wegens einde van de wachttijd gestopt per 28 augustus 2015. Vervolgens heeft werknemer een WW-uitkering ontvangen. Werknemer heeft het dienstverband met Viskon Glas per 1 februari 2017 beëindigd. Werknemer vordert salaris over de opgenomen vakantiedagen.

Oordeel

Viskon Glas betwist niet langer dat werknemer in 2014 14,17 vakantiedagen heeft opgebouwd, zodat de kantonrechter dit als een vaststaand feit aanneemt. Evenmin in geschil is dat werknemer die vakantiedagen heeft opgenomen in de periode dat hij arbeidsongeschikt was en de loonbetalingsverplichting van Viskon Glas reeds was geëindigd, dus na 28 augustus 2015. De vraag is of over deze opgenomen vakantiedagen het overeengekomen loon verschuldigd is, zoals werknemer betoogt, of dat werknemer geen recht heeft op loon over de opgenomen vakantiedagen omdat de loondoorbetalingsverplichting van Viskon Glas reeds was geëindigd op het moment dat de vakantie werd opgenomen, zoals Viskon Glas betoogt. De kantonrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 7:639 lid 1 BW behoudt een werknemer gedurende zijn vakantie recht op loon. Dat geldt ook voor werknemers zoals werknemer , die langdurig en geheel arbeidsongeschikt zijn voor de bedongen arbeid. Als een arbeidsongeschikte werknemer tijdelijk vrijgesteld wil worden van zijn re-integratieverplichtingen dient hij hiervoor vakantie op te nemen, net als de werknemer die tijdelijk wil worden vrijgesteld van zijn arbeidsverplichtingen. Daarnaast volgt uit de Europese Richtlijn 2003/88/EG en rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat aan werknemers met ziekteverlof recht op vakantie toekomt, dat die werknemers daadwerkelijk de mogelijkheid moeten hebben om van dit recht gebruik te maken, en dat dit recht niet afhankelijk mag worden gesteld van de voorwaarde dat tijdens een bepaalde referentieperiode daadwerkelijk is gewerkt. Naar het oordeel van de kantonrechter brengt de strekking en bedoeling van artikel 7:639 lid 1 BW en een uitleg van dat artikel conform Richtlijn 2003/88/EG mee dat werknemer aanspraak heeft op doorbetaling van loon over de door hem opgenomen vakantiedagen. Daaraan doet niet af dat hij die vakantiedagen heeft opgenomen in een periode waarin de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte op grond van artikel 7:629 BW al was geëindigd. Uit het voorgaande volgt dat Viskon Glas gehouden was om de opgenomen vakantiedagen uit te betalen naar het normale tussen werknemer en Viskon Glas overeengekomen loon, en dus naar 100 procent van dit loon. De gevorderde wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW zal worden gematigd tot 10 procent, gelet op de omstandigheden van dit geval. Aldus heeft werknemer nog recht op betaling van € 1.607,96. De wettelijke rente is toewijsbaar zoals gevorderd.