Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 4 april 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:3208
werkneemster/Stichting Envida
Feiten
Werkneemster is op 3 september 1979 op grond van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Envida. Zij is thans werkzaam in de functie van Eerste Verantwoordelijke Verzorger (hierna: EVV'er). Een onderdeel van de functie van de EVV'er is dat deze medicatie verstrekt aan de bewoners. Werkneemster is na twee incidenten geschorst. Envida voert aan dat werkneemster medicijnen niet heeft toegediend en dat werkneemster drie ampullen in plaats van drie zetpillen heeft genoteerd. Werkneemster vordert wedertewerkstelling.
Oordeel
Werkneemster gaat met haar stellingen niet in op de kern van het verwijt dat Envida haar maakt, namelijk dat zij niet uit eigen beweging melding heeft gemaakt van de door haar begane fouten. Zo had werkneemster op 16 december 2017, toen zij erachter kwam dat zij was vergeten het medicijn aan een bewoonster te verstrekken, dit zonder meer moeten melden. Door dit niet te doen heeft zij haar collega’s in het ongewisse gelaten of het medicijn al was toegediend. Werkneemster heeft voorts getracht te verbergen dat zij was vergeten het medicijn toe te dienen door het medicijn in de prullenbak te gooien. De kantonrechter onderschrijft de stelling van Envida dat dit een laakbare handelwijze is. Ook de foutieve registratie op 18 december 2017 betreffende de zetpillen/ampullen heeft werkneemster niet uit eigen beweging gemeld. Eerst op 19 december 2017 heeft zij deze fout erkend nadat zij daar door de zorgcoördinator op is gewezen. Werkneemster voert thans aan dat zij de zetpillen per ongeluk mee naar huis had genomen omdat die in haar schort waren blijven zitten. Het lijkt erop dat werkneemster hiermee heeft willen aanvoeren dat zij op 19 december 2017 niet wist dat zij een registratiefout gemaakt had. Envida wijst er echter op dat werkneemster tijdens het gesprek van 21 december 2017 heeft verklaard dat zij de zetpillen mee naar huis had genomen omdat dan de voorraad weer zou kloppen. Omdat werkneemster hier verder niet op ingegaan is, gaat de kantonrechter ervan uit dat de stelling van Envida juist is. Het moet er derhalve voor gehouden worden dat werkneemster de zetpillen bewust mee heeft genomen om de door haar gemaakte registratiefout te verbergen. Die fout heeft ze vervolgens eerst erkend, nadat zij daarop was aangesproken. Ook hier maakt Envida terecht werkneemster een verwijt van. Gelet op de ernst van deze feiten was er op 21 december 2017 een redelijke en voldoende zwaarwegende grond voor Envida om werkneemster op non-actief te stellen en nader onderzoek te verrichten. Anders dan werkneemster betoogt, bestaat er ook thans nog een redelijke en voldoende zwaarwegende grond om de op-non-actiefstelling te handhaven. Envida heeft, mede op basis van verklaringen van collega’s, voldoende aannemelijk gemaakt dat terugkeer van werkneemster binnen de Lommer tot een onwerkbare situatie zal leiden. Envida heeft verschillende voorstellen gedaan werkneemster binnen Envida op een andere locatie te herplaatsen. De vordering van werkneemster wordt afgewezen.