Naar boven ↑

Rechtspraak

ABN AMRO Bank N.V./werkneemster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 9 februari 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:2443

ABN AMRO Bank N.V./werkneemster

Privé-investeringen van werkneemster die tot belangenconflict of reputatieschade van werkgeefster kunnen leiden rechtvaardigt ontbinding op de e-grond, g-grond dan wel h-grond niet.

Feiten

Werkneemster is sinds 24 oktober 1983 in dienst bij ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN) en laatstelijk werkzaam geweest als ‘Specialist Medische en Vrije Beroepen I’. In deze hoedanigheid houdt werkneemster zich bezig met de verkoop en het advies ten aanzien van financiële maatwerkproducten en diensten. Op de arbeidsovereenkomst zijn de Gedragsregels Bancaire Sector (hierna: GBS) van toepassing. Daarnaast hanteert ABN een aparte Gedragscode voor haar werknemers, waarin onder meer een nevenactiviteitenbeleid wordt gehandhaafd. In het nevenactiviteitenbeleid is vastgelegd dat privé-investeringen die redelijkerwijs tot (de schijn van) een belangenconflict of reputatieschade voor ABN AMRO kunnen leiden, worden aangemerkt als nevenactiviteiten en dat dergelijke activiteiten slechts met toestemming van ABN mogen worden uitgevoerd. In 2016 heeft werkneemster samen met een klant van ABN een viertal panden aangekocht en aan de zoon van deze klant een lening verstrekt. Werkneemster heeft hiervan melding gemaakt in een registratiesysteem van ABN, maar op die meldingen is door laatstgenoemde geen reactie gegeven. Op 25 oktober 2017 is werkneemster in verband met een onderzoek naar witwaspraktijken aangehouden en verhoord. ABN verzoekt thans ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, primair op de e-grond, subsidiair op de g-grond en meer subsidiair op de h-grond.

Oordeel

Toestemming

De kantonrechter stelt voorop dat in het midden kan blijven of werkneemster wel of niet tijdig toestemming heeft gevraagd, nu vaststaat dat ABN zelf niet afwijzend heeft gereageerd op de door werkneemster gemaakte meldingen in het registratiesysteem. Indien ABN – los van de investeringen zelf – problemen zou hebben gehad met het niet vooraf vragen van toestemming, had het op haar weg gelegen werkneemster hierop aan te spreken en haar handhavingsbeleid hierop aan te passen. Daarnaast getuigt het volgens de kantonrechter niet van goed werkgeverschap om (ruim een jaar na dato) op grond van een procedurefout te streven naar ontbinding van een langdurige arbeidsovereenkomst met een werkneemster, die overigens een onberispelijke staat van dienst heeft.

Het nevenactiviteitenbeleid

Verder oordeelt de kantonrechter dat uit de tekst van het nevenactiviteitenbeleid niet zonder meer kan worden afgeleid dat het verstrekken van een lening als nevenactiviteit kan worden gekwalificeerd. Het verstrekken van een lening staat namelijk niet expliciet genoemd onder de voorbeelden van nevenactiviteiten. Daarnaast leidt het verstrekken van een tweetal privéleningen niet tot (de schijn van) belangenverstrengeling. Naar het oordeel van de kantonrechter zou zulks anders zijn geweest indien sprake zou zijn van het veelvuldig en/of bedrijfsmatig verstrekken van leningen, maar daarvan is niet gebleken. Ook kent de kantonrechter betekenis toe aan de omstandigheid dat op overtreding van het nevenactiviteitenbeleid geen sanctie is gesteld. Voor zover al zou worden geoordeeld dat werkneemster toestemming had moeten vragen om de lening te verstrekken dan wel dat zij hierover op zijn minst had moeten overleggen met ABN, valt niet in te zien waarom ABN op dit punt niet had kunnen volstaan met een schriftelijke waarschuwing of een andere, minder vergaande, sanctie.

Geen ontbinding op de e-grond dan wel g-grond

Hoewel werkneemster, mede gelet op haar jarenlange bankervaring, had moeten beseffen dat het doen van zaken met de klant van ABN tot problemen zou kunnen leiden, valt het oordeel van de kantonrechter evenwel in haar voordeel uit. Hierbij is van doorslaggevend belang (1) dat werkneemster een lang en onberispelijk dienstverband heeft en (2) een en ander in kort tijdsbestek heeft plaatsgevonden, terwijl (3) niet is gebleken dat ABN (reputatie)schade heeft geleden. Tot slot kan aan ABN worden tegengeworpen dat zij zelf impliciet toestemming heeft gegeven voor de samenwerking met de klant van ABN. Van verwijtbaar handelen dan wel een verstoorde arbeidsverhouding is, gelet op het voorgaande, dan ook geen sprake.

Geen ontbinding op de h-grond

Voorts oordeelt de kantonrechter dat de enkele verdenking van witwassen niet voldoende is om de arbeidsovereenkomst op de h-grond te ontbinden. Zeker nu niet is gebleken dat werkneemster tot dusver een grote rol in het strafrechtelijk onderzoek speelt. De kantonrechter merkt evenwel op dat de kaarten anders kunnen komen te liggen in het geval werkneemster alsnog wordt veroordeeld voor betrokkenheid tot witwassen.