Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 27 maart 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:515
werknemer/EPC Power XTRA B.V.
Feiten
Werknemer is als boekhouder in dienst bij werkgeefster. Hij is de vader van de directeur. Medio oktober 2016 wordt werknemer op non-actief gesteld, waarna hij op 22 december 2016 op 79-jarige leeftijd op staande voet wordt ontslagen. De reden voor dit ontslag is volgens werkgeefster dat werknemer ernstige malversaties in de boekhouding heeft gepleegd. Zo heeft werknemer zich een lening toegeëigend ten behoeve van werkgeefster, die eigenlijk een kasstorting van zijn zoon betrof, door de initialen van zijn zoon te wijzigen met zijn eigen initialen. De kantonrechter oordeelt dat het verzoek tot verklaring voor recht dat het ontslag niet terecht is gegeven te laat is ingediend. Werknemer verzoekt in hoger beroep onder andere veroordeling van werkgeefster tot betaling van een billijke vergoeding, de transitievergoeding en niet-opgenomen vakantie-uren.
Oordeel
De billijke vergoeding en de transitievergoeding
Het verzoek van werknemer tot betaling van een billijke vergoeding kan niet worden gebaseerd op artikel 7:683 lid 3 BW, omdat de rechtsgeldigheid van het ontslag niet langer ter beoordeling staat. Bedoeld is daarom de billijke vergoeding ex artikel 7:681 lid 1 BW. Werknemer heeft aangevoerd dat hij zijn zoon geld had gegeven ter inbewaringneming om zo min mogelijk geld op zijn eigen rekening te hebben in het kader van een echtscheiding. Volgens werknemer was een deel van dit bedrag reeds door de zoon terugbetaald. Wat resteerde was een bedrag van € 27.000. Het viel werknemer op dat dit bedrag niet in de boeken van werkgeefster was te vinden. Toen zijn zoon een even groot bedrag stortte op de rekening van werkgeefster, ging werknemer ervan uit dat dit voor hem was bedoeld. Hij veranderde daarom de initialen van zijn zoon in de zijne, zodat zijn aanspraak zwart op wit stond. Het hof stelt voorop dat werknemer de kasstorting van zijn zoon heeft laten verdwijnen door de initialen te wijzigen. Aldus heeft hij een lening van hemzelf aan werkgeefster gecreëerd, waarover hij bovendien rente in rekening heeft gebracht. Niet alleen had hij behoren te begrijpen dat hij een dergelijke wijziging nimmer had mogen aanbrengen zonder uitdrukkelijke toestemming, bovendien was er op het moment van de wijziging geen sprake meer van een lening, omdat deze reeds in 2013 geheel was terugbetaald. De stelling van werknemer dat hij in december 2013 in totaal € 40.000 aan zijn zoon in bewaring had gegeven, en dat hij daarvan nog € 27.000 tegoed had, is niet komen vast te staan en vormt, ook als dit juist zou zijn, nog geen rechtvaardiging voor het zonder overleg wijzigen in de boeken van een storting. Een dergelijke handelwijze raakt de functie die werknemer bekleedde in de kern. Een en ander is onacceptabel en levert een dringende reden op. Werkgeefster is daarom geen billijke vergoeding verschuldigd. De transitievergoeding is evenmin verschuldigd. Bovendien is de arbeidsovereenkomst geëindigd na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Vakantie-uren
Werknemer verzoekt tevens tot uitbetaling van een stuwmeer aan verlofuren. Hij baseert dit aantal op loonspecificaties die volgens hem zijn geaccordeerd door werkgeefster. Werkgeefster betwist dat kan worden uitgegaan van de uren op de loonspecificaties, nu deze specificaties door werknemer zelf werden opgesteld. Het hof concludeert dat een voldoende concrete onderbouwing van het aantal opgebouwde vakantiedagen ontbreekt, dat niet duidelijk is in hoeverre hier nog steeds (ten onrechte) overuren in zijn verdisconteerd zijn en dat werknemer ook niet heeft toegelicht in hoeverre hij vakantiedagen heeft opgenomen. Daarbij acht het hof van belang dat werknemer degene was die verantwoordelijk was voor registratie en verwerking van de vakantie-uren en dat hij – mede omdat hij de vader van de directeur was – nauwelijks werd gecontroleerd. Overigens heeft werknemer wel aanspraak op vakantie-uren die hij heeft opgebouwd gedurende de periode dat hij was geschorst. Het feit dat werknemer werd geschorst, betekent bovendien niet dat hij geacht kan worden vakantie-uren te hebben opgenomen. Echter, voor zover werknemer aanspraak heeft op uitbetaling van niet-opgenomen vakantie-uren, wordt deze verrekend met de kosten die werkgeefster heeft moeten maken om de malversaties uit de administratie te krijgen.