Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/DCPrime B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 22 mei 2018
ECLI:NL:RBAMS:2018:3501

werkneemster/DCPrime B.V.

Kort geding. Vordering tot wedertewerkstelling toegewezen. Biotechnologisch bedrijf had werkneemster niet op non-actief mogen stellen. Het betreft een eenzijdige maatregel van DCPrime, welke meer dan een voorschot betreft op de door haar gewenste situatie.

Feiten

Werkneemster is sinds 1 november 2007 in dienst van DCPrime. Zij is sinds november 2010 werkzaam in de functie van Chief Operating Officer (hierna: COO). De heer X (hierna: CAO), sinds 1 oktober 2017 werkzaam bij DCPrime, heeft per 1 maart 2018 de functie van CEO overgenomen van de oprichtster van DCPrime, mevrouw Y. Op vrijdag 23 maart 2018 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de CEO en werkneemster. De CEO heeft tijdens dit gesprek kenbaar gemaakt dat de functie van werkneemster zou komen te vervallen. Werkneemster zou in aanmerking kunnen komen voor een andere functie – met een lager salaris – binnen DCPrime. Op 26 maart 2018 heeft werkneemster aan de CEO medegedeeld dat zij juridisch advies wil inwinnen, zodat zij beter zou kunnen beoordelen wat de aangekondigde reorganisatie voor haar zou betekenen. Op 28 maart 2018 heeft er wederom een gesprek plaatsgevonden tussen de CEO en werkneemster. Tijdens dit gesprek heeft de CEO werkneemster op non-actief gesteld. De CEO heeft bij e-mail d.d. 4 april 2018 medegedeeld dat er van de zijde van DCPrime geen enkel vertrouwen meer is dat de arbeidsrelatie op een vruchtbare wijze kan worden voortgezet, nu – kort gezegd – de wijze van communiceren door werkneemster te wensen overlaat. Omstreeks 3 mei 2018 heeft DCPrime een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van werkneemster ingediend bij de Rechtbank Den Haag. Werkneemster vordert in kort geding de op non-actiefstelling op te heffen en haar weer toe te laten tot haar (overeengekomen) werkzaamheden in het kantoorpand van DCPrime te Leiden.

Oordeel

De kantonrechter stelt voorop dat als niet of onvoldoende betwist is komen vast te staan dat werkneemster tot de komst van CEO X goed heeft gefunctioneerd. Daarnaar gevraagd is namens DCPrime meegedeeld dat er geen personeelsdossier voorhanden is en functioneringsgesprekken en beoordelingsgesprekken, zo deze al plaatsvonden, niet systematisch zijn vastgelegd. Dat werkneemster goed functioneerde, is ook af te leiden uit het feit, eveneens onbetwist, dat zij in de loop der jaren vaker een salarisverhoging heeft gekregen. Hieraan doet het feit dat er bij DCPrime twijfels zijn ontstaan aan de juistheid van de motivering met betrekking tot de laatste salarisverhoging niet af. Werkneemster heeft sinds 2010 de functie van COO, waarmee zij binnen DCPrime de spin in het web is (geweest). Eveneens is van belang dat werkneemster zich met hart en ziel en ook buiten reguliere werktijden voor DCPrime heeft ingezet. Het belang van werkneemster bij wedertewerkstelling is evident. Zij staat sinds eind maart 2018 op non-actief. Een dergelijke maatregel is voor haar diffamerend. Naarmate dit langer duurt, zal hervatting van de werkzaamheden moeilijker worden, onder meer omdat zij bij de collega’s op de werkvloer uit het zicht is verdwenen. Hetzelfde geldt voor de externe relaties met wie zij gedurende langere tijd te maken heeft gehad. Voorts zal bij afwezigheid van werkneemster de organisatie de facto worden of zijn aangepast in de zin als door DCPrime gewenst. In die zin is de eenzijdige maatregel van DCPrime (meer dan) een voorschot op de door haar gewenste situatie. DCPrime heeft een nieuwe situatie gerealiseerd zonder eerst de toetsing door de rechter af te wachten. Hoe langer deze situatie duurt, hoe lastiger het zal zijn om deze ongedaan te maken. Verder is werkneemster elke toegang tot de vestiging en het bedrijfsnetwerk ontzegd en daarmee wordt zij bemoeilijkt in haar mogelijkheden haar belangen te behartigen in de ontbindingsprocedure. Ook ingeval de ontbindingsprocedure voor haar negatief zou aflopen heeft werkneemster belang bij werkhervatting, nu de ervaring leert dat het zoeken naar ander werk in de regel soepeler verloopt wanneer dat gebeurt vanuit een werkende situatie dan wanneer men thuis zit. De vordering tot tewerkstelling c.a. en de tevens gevorderde dwangsom zullen als na te melden worden toegewezen.